De Online Race Group Coaching start 6 september. Zet je op de early-bird-lijst
Complete gids

Sportvoeding voor hybride sporters: eiwit, brandstof en vocht, de complete gids

Sportvoeding voor hybride sporters: eiwit, brandstof en vocht, de complete gids
← Terug naar alle inzichten
Jan Willem den HollanderMarinda den Hollander
Jan Willem & Marinda
Performance by Design

Onderdeel van Hybrid Racing

Drie uur 's middags, de laatste vergadering staat nog open en je ogen zakken dicht boven je scherm. Diezelfde leegte voel je terug in de tweede helft van een training: de eerste twintig minuten liepen soepel, en bij de sled push of het vierde blok intervallen is het opeens klaar. In beide gevallen is er iets misgegaan met brandstof, vocht of de opbouw van je dag, en in beide gevallen is dat te sturen met een paar getallen die je kunt onthouden.

Het korte antwoord

Mik op 1,4 tot 2,0 gram eiwit per kilo lichaamsgewicht per dag, verdeeld over drie tot vier maaltijden van 30 tot 50 gram. Zet je koolhydraten naar je trainingsvolume, van 3 gram per kilo op een rustige dag tot 8 tot 12 gram per kilo bij meerdere uren training. Tijdens inspanning heb je pas vanaf ongeveer een uur brandstof nodig, in de orde van 30 tot 60 gram koolhydraten per uur, en boven de 60 gram alleen met een mix van glucose en fructose. Drink op dorst, weeg jezelf een keer voor en na een zware sessie om je zweetverlies te kennen, en vul natrium aan bij lange inspanning in de warmte.

De getallen in één overzicht

Alle richtlijnen hieronder komen uit de positiestatements en reviews die verderop met auteur en jaartal terugkomen. De rekenvoorbeelden gaan uit van iemand van 70 kilo, zodat je ze snel kunt omrekenen naar je eigen gewicht.

  • Eiwit per dag: 1,4 tot 2,0 gram per kilo. Voor 70 kilo is dat 98 tot 140 gram per dag. Niet-sporters zitten rond 0,8 gram per kilo, dus 56 gram.

  • Eiwit per maaltijd: 0,4 gram per kilo per maaltijd over minstens vier maaltijden, praktisch 30 tot 50 gram. Voor 70 kilo is 0,4 gram per kilo gelijk aan 28 gram per keer als ondergrens.

  • Eiwit in een tekort: tot 2,3 gram per kilo vetvrije massa om spier te behouden tijdens afvallen of een zwaar blok.

  • Koolhydraten, lichte training: 3 tot 5 gram per kilo per dag. Voor 70 kilo: 210 tot 350 gram.

  • Koolhydraten, ongeveer een uur per dag: 5 tot 7 gram per kilo. Voor 70 kilo: 350 tot 490 gram.

  • Koolhydraten, één tot drie uur per dag: 6 tot 10 gram per kilo. Voor 70 kilo: 420 tot 700 gram.

  • Koolhydraten, meer dan drie uur per dag: 8 tot 12 gram per kilo. Voor 70 kilo: 560 tot 840 gram.

  • Tijdens inspanning, korter dan 45 minuten: niets nodig.

  • 45 tot 75 minuten: kleine hoeveelheden of een mondspoeling met een koolhydraatdrank.

  • 1 tot 2,5 uur: 30 tot 60 gram koolhydraten per uur.

  • Langer dan 2,5 uur: tot 90 gram per uur, alleen met glucose en fructose in ongeveer 2:1, omdat glucose alleen rond 60 gram per uur tegen een opnamegrens loopt.

  • Zweetverlies: 0,5 tot 2 liter per uur, natrium 200 tot 2.000 mg per liter met een gemiddelde rond 1.000 mg. Weeg jezelf voor en na: 1 kilo lichter is ongeveer 1 liter verlies, gecorrigeerd voor wat je dronk.

  • Grens voor vochtverlies: ongeveer 2 procent lichaamsgewicht is voor de meeste inspanningen acceptabel. Voor 70 kilo is dat 1,4 kilo.

  • Natrium tijdens lange, warme inspanning: 300 tot 600 mg per uur, aan te passen aan je eigen zweetverlies.

  • Het racemaal: één tot vier uur vooraf, 1 tot 4 gram koolhydraten per kilo, weinig vezels, vet en eiwit. Voor 70 kilo: 70 tot 280 gram koolhydraten.

  • Carb loading bij inspanning langer dan 90 minuten: 36 tot 48 uur met 10 tot 12 gram per kilo per dag in combinatie met rust. Voor 70 kilo: 700 tot 840 gram per dag. Eén dag met 10 gram per kilo bij rust bereikt hetzelfde (Bussau en collega's, 2002).

  • Snel herstel bij twee sessies op één dag: 1 tot 1,2 gram koolhydraten per kilo per uur in de eerste vier uur. Voor 70 kilo: 70 tot 84 gram per uur.

  • Cafeïne: 3 tot 6 mg per kilo, ongeveer een uur vooraf. Voor 70 kilo: 210 tot 420 mg. Ook 2 tot 3 mg per kilo werkt.

  • Creatine monohydraat: 3 tot 5 gram per dag, elke dag.

Eiwit: hoeveel, wanneer en waarvan

Het positiestatement van de International Society of Sports Nutrition (Jäger en collega's, 2017) en dat van de sportdiëtisten en het American College of Sports Medicine (Thomas en collega's, 2016) komen op hetzelfde uit: wie regelmatig traint zit goed tussen 1,4 en 2,0 gram eiwit per kilo lichaamsgewicht per dag. Voor iemand van 70 kilo is dat 98 tot 140 gram. De algemene aanbeveling van 0,8 gram per kilo is bedoeld om tekorten te voorkomen bij mensen die weinig belasten, en die dekt de reparatie na een zware kettlebellsessie of een hardloopblok onvoldoende.

De meta-analyse van Morton en collega's (2018) laat zien waar de grens van het nuttige ligt. De winst in spiermassa en kracht van extra eiwit vlakt rond 1,6 gram per kilo per dag af, met een bovengrens van het betrouwbaarheidsinterval rond 2,2. Praktisch betekent dat: onder de 1,4 laat je iets liggen, tussen 1,6 en 2,0 zit je in het gebied waar het verschil klein wordt, en boven de 2,2 koop je vooral duur eten. Eén situatie vraagt om meer: een energietekort. Wie afvalt of in een zwaar trainingsblok structureel te weinig energie binnenkrijgt, houdt spiermassa beter vast met een inname tot 2,3 gram per kilo vetvrije massa. Daarover lees je meer in het stuk over afvallen zonder spierverlies.

Over de verdeling per maaltijd zijn de meningen jarenlang opgehangen aan één getal. Moore en collega's (2009) zagen dat ongeveer 20 gram eiwit na krachttraining de spieraanmaak bij jonge mannen maximaal stimuleerde, en daaruit ontstond het idee van een plafond van 20 tot 25 gram. Schoenfeld en Aragon (2018) rekenden het praktischer om: 0,4 gram per kilo per maaltijd over minstens vier maaltijden brengt je op 1,6 gram per kilo per dag. Trommelen en collega's (2023) haalden het plafond onderuit door 100 gram eiwit na training te vergelijken met 25 gram. De grote portie gaf een grotere en langer aanhoudende aanmaakrespons.

Een hard plafond per maaltijd bestaat niet, dus je hoeft niet met een weegschaal op je bureau te leven.

Wat overblijft is een eenvoudige vuistregel: 30 tot 50 gram eiwit per maaltijd, verdeeld over drie tot vier maaltijden. Dat past prima binnen een eetraam van acht tot tien uur. Drie maaltijden van 40 gram brengen je op 120 gram, genoeg voor iemand van 70 kilo die vier tot vijf keer per week traint. Wie zwaarder is of in een tekort zit, voegt een vierde moment toe of maakt twee van de drie porties groter. De verdeling over de dag is minder kritisch dan de dagtotalen, en toch merken de meeste mensen dat drie stevige eiwitmomenten hun verzadiging en hun herstel beter regelen dan één grote maaltijd 's avonds.

De kwaliteit zit in leucine, het aminozuur dat de spieraanmaak aanzet. Zuivel, eieren, vlees, vis en whey zitten er ruim in. Plantaardige bronnen bevatten er minder van, dus een plantaardige maaltijd vraagt een iets grotere portie of een slimme combinatie: peulvruchten met granen, soja, of erwteneiwit met rijsteiwit. Wie volledig plantaardig eet en op 1,6 gram per kilo wil uitkomen, plant dat bewuster dan iemand die kwark en eieren gebruikt. De uitwerking per bron en per maaltijd staat in het stuk over hoeveel eiwit per dag en per maaltijd.

Koolhydraten: je brandstof per dag en per uur

Koolhydraten zijn de brandstof die je op hoge intensiteit verbrandt. Thomas en collega's (2016) koppelen de dagelijkse inname aan je trainingsvolume, en dat is de meest bruikbare manier om ernaar te kijken. Bij lichte training zit je op 3 tot 5 gram per kilo per dag, bij ongeveer een uur per dag op 5 tot 7, bij één tot drie uur per dag op 6 tot 10, en bij meer dan drie uur op 8 tot 12. Voor iemand van 70 kilo betekent dat een verschil tussen 210 gram op een rustdag en 700 gram op een dubbele dag. Die spreiding is groter dan de meeste mensen denken, en juist dat verschil maakt het verschil tussen een goed en een slecht blok.

Het meest gemaakte foutje is een constante koolhydraatinname over de hele week. Op rustdagen eet je dan te veel, op zware dagen te weinig, en de zware dagen zijn precies de dagen waarop je kwaliteit wilt leveren. Leg je koolhydraten dus op je zwaarste sessies. Dat vermogen om te schakelen tussen vet en glucose als brandstof komt uitgebreid terug in de gids over metabole flexibiliteit.

Tijdens inspanning gelden andere getallen. Jeukendrup (2014) maakt de indeling naar duur: korter dan 45 minuten heb je niets nodig, tussen 45 en 75 minuten volstaan kleine hoeveelheden of zelfs een mondspoeling met een koolhydraatdrank, tussen 1 en 2,5 uur ga je naar 30 tot 60 gram per uur, en boven de 2,5 uur kun je tot 90 gram per uur. Die 90 gram haal je alleen met een mix van glucose en fructose in ongeveer 2:1, omdat glucose via één transportroute wordt opgenomen die rond 60 gram per uur verzadigd raakt. Fructose gebruikt een andere route, dus samen kom je hoger.

Voor een hybride race is het beeld eenvoudig en tegelijk lastig uit te voeren. De meeste deelnemers doen 60 tot 100 minuten over de afstand, en dat is precies de duur waarop een beetje brandstof onderweg zin heeft. Eten tijdens de race is alleen ingewikkeld door de stations: je armen zijn bezet, je hartslag ligt hoog, en je maag krijgt weinig doorbloeding. De brandstof komt daarom vooral uit de dagen en uren ervoor. Wat je onderweg nog kunt doen is een gel of een paar slokken sportdrank in de eerste helft, of in de roxzone waar je toch al even loopt. Daar liggen sowieso seconden te winnen, zoals je leest in het stuk over de roxzone en transities.

Vóór inspanning geldt 1 tot 4 gram koolhydraten per kilo, één tot vier uur van tevoren, met weinig vezels en vet. Voor 70 kilo is dat 70 tot 280 gram. De ondergrens past bij een maaltijd een uur vooraf, de bovengrens bij een maaltijd vier uur vooraf. Hoe je die hoeveelheden opbouwt in gels en drank, en hoe je je maag daaraan went, staat in het artikel over koolhydraten per uur tijdens een race.

Je darm trainen

De opnamecapaciteit van je darm is geen vaststaand gegeven. Jeukendrup (2017) beschrijft hoe de darm zich aanpast aan herhaalde koolhydraatinname tijdens training: de tolerantie en de daadwerkelijke opname nemen binnen ongeveer twee weken toe wanneer je in je trainingen dezelfde producten en dezelfde hoeveelheden gebruikt als op de racedag. De transporters in de darmwand nemen in aantal toe, de maagontlediging verbetert, en de klachten die je de eerste keer had verdwijnen grotendeels.

Praktisch betekent dat: oefen je racevoeding in minstens zes tot acht sleuteltrainingen voor je race. Dus dezelfde gel, dezelfde drank, dezelfde concentratie, dezelfde timing. Wie 60 gram per uur wil verdragen begint bij 30 en bouwt op. Wie dat overslaat, ontdekt op de racedag wat een onvoorbereide darm doet bij een hartslag van 175: misselijkheid, een opgeblazen gevoel, in het slechtste geval een noodstop. De prestatie zakt dan niet door een gebrek aan brandstof, wel doordat de brandstof niet aankomt.

Oefen je racevoeding in minstens zes tot acht sleuteltrainingen, met exact dezelfde producten en hoeveelheden als op de racedag.

Er zit nog een tweede voordeel aan. Door te oefenen weet je precies hoeveel je verdraagt en op welk moment. Sommige mensen kunnen tien minuten voor de start nog een gel nemen, anderen hebben dan al last. Dat leer je alleen door het te doen, in omstandigheden die op de race lijken: dezelfde intensiteit, dezelfde tijd van de dag, dezelfde maaltijd ervoor.

Vocht en zout

Baker (2017) bracht in kaart hoeveel er tussen sporters verschilt. De zweetproductie ligt bij de meesten tussen 0,5 en 2 liter per uur, afhankelijk van intensiteit, hitte en lichaamsgrootte. Het natriumgehalte van zweet varieert van ongeveer 200 tot 2.000 mg per liter, met een gemiddelde rond 1.000 mg. Een factor tien verschil tussen twee mensen in dezelfde zaal is dus normaal, en daarom werkt een algemeen drinkadvies zo slecht.

Je eigen getal vind je met een weegproef. Weeg jezelf zonder kleding vlak voor een training en direct erna, en tel op wat je onderweg dronk. Ben je een kilo lichter en heb je een halve liter gedronken, dan verloor je ongeveer anderhalve liter in die sessie. Doe dat een keer op een koele dag en een keer op een warme, en je kent je bandbreedte. Witte zoutstrepen op je zwarte shirt of prikkende ogen wijzen op een hoge natriumconcentratie in je zweet.

Thomas en collega's (2016) noemen een verlies van ongeveer 2 procent lichaamsgewicht acceptabel voor de meeste inspanningen. Voor 70 kilo is dat 1,4 kilo. Drinken op dorst is daarbij het veiligste uitgangspunt. De consensusverklaring van Hew-Butler en collega's (2015) is daar duidelijk over: hyponatriëmie tijdens inspanning, een te laag natriumgehalte in het bloed, ontstaat door te veel drinken. Zoutdrank of tabletten voorkomen dat niet zolang iemand blijft overdrinken. Wie na een uur sporten zwaarder de weegschaal op stapt dan ervoor, dronk te veel.

Natrium aanvullen is zinvol bij lange inspanning in de warmte en bij wie duidelijk zout zweet. De orde van grootte is 300 tot 600 mg natrium per uur, aan te passen aan je eigen zweetverlies. Voor een sessie van vijftig minuten in een gekoelde zaal is dat overbodig. Voor drie uur fietsen op een warme dag is het verstandig. Over kramp bestaat hardnekkige mythevorming: het verband met zout- of magnesiumverlies is zwakker dan vaak wordt aangenomen. Spiervermoeidheid en te hard starten spelen meestal een grotere rol. Zout helpt bij wie veel en zout zweet, en verder win je met tempoverdeling, training en kracht. De volledige uitwerking staat in het stuk over elektrolyten, natrium en zweetverlies.

De laatste week en de racedag

Carb loading heeft een duidelijke indicatie: inspanning langer dan 90 minuten. Dan vult 36 tot 48 uur met 10 tot 12 gram koolhydraten per kilo per dag, in combinatie met rust, de glycogeenvoorraad maximaal (Thomas en collega's, 2016). Bussau en collega's (2002) lieten zien dat één dag met 10 gram per kilo bij rust hetzelfde resultaat geeft, wat het een stuk praktischer maakt. Voor 70 kilo is dat 700 gram koolhydraten op één dag, en dat is meer eten dan de meeste mensen denken.

Voor een race van 60 tot 100 minuten heb je dat stapelen niet nodig. Een normale koolhydraatrijke inname op de laatste dag volstaat, met minder vezels en minder vet. Extra stapelen levert dan vooral een zwaar gevoel en een volle buik op. Reken er wel op dat je op de racedag 1 tot 2 kilo zwaarder bent wanneer je goed gevuld bent, want elke gram glycogeen bindt ongeveer 3 gram water. Dat is opgeslagen brandstof met water erbij, precies wat je wilt.

Het racemaal komt één tot vier uur vooraf en bevat 1 tot 4 gram koolhydraten per kilo, met weinig vezels, vet en eiwit. Voor 70 kilo bij een start om tien uur betekent dat bijvoorbeeld een maaltijd om zeven uur met 150 tot 200 gram koolhydraten, gevolgd door iets kleins twee uur later als je dat gewend bent. Gebruik uitsluitend producten die je kent. De laatste 24 uur beperk je vezelrijke, gasvormende en vette voeding: peulvruchten, grote hoeveelheden rauwe groente, koolsoorten, volkoren in bulk en vette sauzen. Dat scheelt buikklachten zonder dat het je voorraad aantast. De praktische week-indeling staat in het stuk over de laatste week voor je race, en de bredere racevoorbereiding in de complete gids voor hybride racen.

Hybrid Racing

Wil je sneller over de finish bij je volgende race?

Voor HYROX- en DEKA-atleten die weten dat er meer in zit. We bouwen je race op vanuit de energiesystemen die hem daadwerkelijk bepalen.

  • Je eerste helft voelt goed, je tweede helft is overleven
  • Je hardloopsplits lopen op terwijl je kracht nog prima is
  • Je bent moe op rustdagen en je HRV zakt weg
Bekijk Hybrid Racing

Liever eerst even praten? Plan een gratis kennismaking

Nuchter trainen en het eetraam

Trainen zonder eten vooraf verhoogt de vetverbranding tijdens de sessie zelf. Dat is goed onderzocht en het klopt. De vraag is wat het je verder oplevert. Aird en collega's (2018) vatten het in een meta-analyse samen: bij korte en rustige sessies maakt de gevoede of nuchtere staat voor de prestatie weinig uit, en bij lange of intensieve sessies presteert wie gegeten heeft beter. Dat geldt voor duurwerk langer dan ongeveer een uur, voor intervallen en voor kracht op zwaar gewicht. Voor gewichtsverlies op langere termijn laten studies geen voordeel van nuchter trainen zien, ook niet in de review van Vieira en collega's (2016).

De praktische verdeling is daarmee eenvoudig. Rustige duurtraining, wandelen, mobiliteit en techniekwerk mogen nuchter. Sleuteltrainingen en races doe je gevoed. Wie zijn zware intervalsessie structureel nuchter doet, traint op een lager vermogen en krijgt minder prikkel voor hetzelfde ongemak.

Een eetraam van acht tot tien uur is prima te combineren met training, zolang je het raam op je training laat aansluiten. Twee werkbare varianten: je traint aan het einde van je nuchtere periode en je eerste maaltijd volgt er direct op, of je traint binnen je raam met een maaltijd van één tot drie uur ervoor. De eerste variant past bij rustig werk in de ochtend, de tweede bij zware sessies. Wie 's avonds traint, schuift het raam simpelweg op. Er is één duidelijke grens: bij tekenen van te weinig energie is vasten niet het gereedschap. Een menstruatie die wegblijft, herstel dat maar niet op gang komt, steeds terugkerende verkoudheden, dan gaat het om meer eten en meer regelmaat. Verder lezen kan in de stukken over nuchter trainen en het eetraam rond training en over intermittent fasting in combinatie met training.

Herstel na training

Na een sessie herstel je met koolhydraten en eiwit binnen enkele uren (Thomas en collega's, 2016). Het beroemde venster van dertig minuten is voor de meeste mensen minder streng dan het klinkt. Wat telt is de dagtotalen, en of je op tijd weer eet.

Snel herstel is echt belangrijk in twee situaties: twee trainingen op één dag, en een race of wedstrijd met een korte tussentijd. Dan neem je 1 tot 1,2 gram koolhydraten per kilo per uur in de eerste vier uur. Voor 70 kilo is dat 70 tot 84 gram per uur, dus in vier uur zo'n 280 tot 336 gram. Dat lukt alleen met makkelijk verteerbare producten en drank, want zoveel vast voedsel krijgt bijna niemand weg. Voeg per moment 25 tot 40 gram eiwit toe.

Train je één keer per dag met een normale nacht ertussen, dan volstaat een gewone maaltijd binnen je eetraam. Een portie eiwit van 30 tot 50 gram, koolhydraten die bij je dagvolume passen, groente en wat vet. Dat is de hele kunst. De reflex om na elke sessie iets vloeibaars te nemen is vaker een gewoonte dan een noodzaak.

De middelen die het bewijs halen

De lijst met supplementen die bij sporters overtuigend werkt is kort. De rest is voeding, slaap en training.

  • Creatine monohydraat: 3 tot 5 gram per dag verhoogt de fosfocreatinevoorraad en daarmee je vermogen in korte, herhaalde inspanningen. Het best onderzochte supplement dat er is, zinvol voor vrijwel iedereen die kracht of hybride werk doet. Zie de uitwerking over creatine, dosering en nierwaarden.

  • Cafeïne: 3 tot 6 mg per kilo ongeveer een uur vooraf verbetert duur- en krachtprestaties, en 2 tot 3 mg per kilo werkt bij veel mensen al. Voor 70 kilo is dat 140 tot 420 mg. Boven de 9 mg per kilo krijg je geen extra voordeel en wel meer bijwerkingen, en met een halfwaardetijd van vijf tot zes uur raak je je slaap bij een late inname. Meer in het stuk over cafeïne, dosering en timing.

  • Natriumbicarbonaat: buffert verzuring bij inspanningen van ongeveer één tot tien minuten op hoge intensiteit. Interessant voor wie herhaalde all-out blokken doet, met de kanttekening dat de maag eraan moet wennen.

  • Bèta-alanine: verhoogt via carnosine de buffercapaciteit in de spier en helpt bij inspanningen van ongeveer één tot vier minuten. Werkt pas na weken van dagelijkse inname.

  • Elektrolyten: zinvol bij lange inspanning in de warmte en bij wie zout zweet, in de orde van 300 tot 600 mg natrium per uur. Voor korte sessies in een koele ruimte voegen ze niets toe.

Wat je bloed vertelt over je voeding

Bloedwaarden zijn nuttig wanneer je weet welke waarde door voeding beweegt en welke niet. Ferritine is de belangrijkste voor sporters. Bij vrouwen begint het laboratoriumbereik pas bij 15 µg/L, terwijl je functioneel 50 tot 150 wilt zien. Bij mannen loopt het lab van 30 tot 400 en zit het functionele bereik op 30 tot 200. Sporters zitten vaker laag door verliezen via zweet, via de darm en bij hardlopers via mechanische afbraak van rode bloedcellen in de voet, in combinatie met menstruatieverlies en een inname die achterblijft. Vermoeidheid die niet met slaap weggaat en een hartslag die bij hetzelfde tempo hoger ligt zijn signalen om te meten. De uitwerking staat in het artikel over ferritine en ijzer bij sporters.

Ureum stijgt bij een hoge eiwitinname en bij uitdroging. Bij gezonde nieren betekent dat geen schade, en het is vooral een spiegel van wat je gisteren at en dronk. Creatinine stijgt licht bij creatinegebruik en bij veel spiermassa, wat een verklaring is voor een uitslag die op papier ongunstig oogt bij iemand die juist goed getraind is. Natrium in het bloed verandert zelden door voeding en daalt bij overdrinken. Serummagnesium zegt weinig over je voorraad, dus een normale waarde sluit een tekort niet uit.

Voor glucose en HbA1c zijn er wel concrete getallen. Nuchtere glucose gaat in het lab tot 6,1 mmol/L, functioneel wil je onder 5,2 zitten. HbA1c loopt in het lab tot 42 mmol/mol, functioneel is 31 tot 36 het bereik dat past bij een gezonde stofwisseling. Vitamine D heeft een labgrens van 50 nmol/L en een functioneel bereik van 75 tot 120. hs-CRP als maat voor laaggradige ontsteking gaat in het lab tot 5 mg/L, functioneel wil je onder 1. Bij nierziekte, diabetes, een eetstoornis of medicatie horen deze waarden en het bijbehorende voedingsadvies bij je arts of diëtist.

Valkuilen

  • Te weinig eiwit per maaltijd. Twee boterhammen met kaas en een appel komen niet in de buurt van 30 gram. Reken één keer je gebruikelijke maaltijden door en je ziet meteen waar het gat zit.

  • Alles in één maaltijd na de training. Het kan, en drie tot vier momenten van 30 tot 50 gram is comfortabeler voor je verzadiging en je energie over de dag.

  • Een nieuw product op de racedag. De gel uit het startpakket die je nooit eerder nam is een van de betrouwbaarste manieren om je race te verpesten.

  • Overdrinken. Vooruit drinken zonder dorst verhoogt het risico op hyponatriëmie en helpt je prestatie niet. Zwaarder finishen dan starten is een waarschuwing.

  • Vezelrijk eten de avond voor de race. De grote salade, de linzen en de volkorenpasta laat je die avond staan en eet je een week later weer.

  • Nuchter een zware intervalsessie doen. Je levert minder vermogen bij hetzelfde ongemak, en de vetverbranding tijdens die ene sessie weegt daar niet tegenop.

  • Supplementen vóór de basis. Een kast vol potjes bij 90 gram eiwit per dag en vijf uur slaap is de verkeerde volgorde.

Wat wij ermee doen

Voeding is bij ons onderdeel van de coaching, niet een los boekje dat je erbij krijgt. In de groep behandelen we per week een leefstijlthema, zodat je in kleine stappen bouwt: eerst eiwit per maaltijd, dan koolhydraten rond je zwaarste sessies, dan vocht en zout, dan de racedag. Dat tempo houdt het uitvoerbaar naast werk en gezin.

Daarnaast kijken we met een kPNI-blik naar darm en voeding. Klachten tijdens inspanning, een maag die niets verdraagt of energie die op willekeurige momenten wegvalt, hebben vaak een oorzaak die je met alleen macro's niet oplost. Hoe we die blik gebruiken staat in de gids over voeding en kPNI. Voor wie richting een race werkt, ligt de nadruk op prestatie en herstel binnen hybrid racing. Voor wie vooral energiek wil blijven, staat hetzelfde fundament in dienst van longevity.

Wil je weten hoe deze getallen er voor jouw week uitzien, plan dan een kennismaking van 15 minuten. We kijken naar je trainingsvolume, je huidige inname en het eerste ding dat het meeste oplevert.

Verder lezen

Wil je de eiwitgetallen per bron en per maaltijd uitgewerkt zien, inclusief plantaardige combinaties, lees dan het stuk over eiwit per dag en per maaltijd.

Voor de opbouw van 30 naar 60 of 90 gram koolhydraten per uur en het inoefenen daarvan in je trainingen is er het artikel over koolhydraten per uur, gels en het trainen van je darm.

Je eigen zweetverlies bepalen, natrium doseren en de rol van kramp op waarde schatten doe je met het stuk over elektrolyten, natrium en vocht.

Hoe je je eetraam om je trainingsschema legt, met concrete dagindelingen voor ochtend- en avondsporters, staat in nuchter trainen en het eetraam rond training en race.

En voor de zeven dagen voor je start, van tapering tot de laatste maaltijd, is er de laatste week voor je race.

Samenvatting

  • 1,4 tot 2,0 gram eiwit per kilo per dag, verdeeld over drie tot vier maaltijden van 30 tot 50 gram. Voor 70 kilo: 98 tot 140 gram per dag.

  • Koolhydraten volgen je trainingsvolume, van 3 tot 5 gram per kilo op lichte dagen tot 8 tot 12 op zeer zware dagen.

  • Tijdens inspanning pas vanaf ongeveer een uur brandstof: 30 tot 60 gram per uur, boven de 60 gram met een glucose-fructosemix van ongeveer 2:1.

  • Oefen je racevoeding in zes tot acht sleuteltrainingen; de darm past zich binnen ongeveer twee weken aan.

  • Drink op dorst, houd het verlies onder ongeveer 2 procent lichaamsgewicht, en vul 300 tot 600 mg natrium per uur aan bij lange, warme inspanning.

  • Rustige sessies mogen nuchter, sleuteltrainingen en races doe je gevoed, met je eerste maaltijd direct rond de training.

Veelgestelde vragen

Hoeveel eiwit heb ik per dag nodig?

Tussen 1,4 en 2,0 gram per kilo lichaamsgewicht als je regelmatig traint (Jäger en collega's, 2017; Thomas en collega's, 2016). Voor 70 kilo is dat 98 tot 140 gram. De winst vlakt rond 1,6 gram per kilo af volgens Morton en collega's (2018). Zit je in een energietekort, dan houd je spier beter vast met een inname tot 2,3 gram per kilo vetvrije massa.

Kan ik nuchter trainen?

Voor rustige duurtraining, wandelen en techniekwerk is dat prima. Bij sessies langer dan ongeveer een uur, bij intervallen en bij kracht op zwaar gewicht presteer je beter met eten vooraf (Aird en collega's, 2018). Voor gewichtsverlies op langere termijn laten studies geen voordeel van nuchter trainen zien, dus kies op basis van de sessie en niet op basis van je doel op de weegschaal.

Moet ik gels gebruiken tijdens een race van een uur?

Bij 45 tot 75 minuten volstaan kleine hoeveelheden of een mondspoeling met een koolhydraatdrank. Duurt je race 60 tot 100 minuten, dan kan 30 tot 60 gram koolhydraten per uur helpen, en de praktische uitvoering is bij een hybride race lastig door de stations. Pak je moment in de eerste helft of in de roxzone, en gebruik alleen wat je in training hebt geoefend.

Hoeveel moet ik drinken tijdens het sporten?

Drinken op dorst is het veiligste uitgangspunt (Hew-Butler en collega's, 2015). Je zweetverlies ligt waarschijnlijk tussen 0,5 en 2 liter per uur (Baker, 2017), en een verlies tot ongeveer 2 procent van je lichaamsgewicht is voor de meeste inspanningen acceptabel. Voor 70 kilo is dat 1,4 kilo. Weeg jezelf een keer voor en na een zware sessie, dan ken je je eigen getal.

Heb ik zouttabletten nodig?

Alleen bij lange inspanning in de warmte en wanneer je duidelijk zout zweet, herkenbaar aan witte strepen op je kleding. Dan is 300 tot 600 mg natrium per uur een redelijke orde van grootte. Zout voorkomt hyponatriëmie niet als je blijft overdrinken, en het verband tussen zoutverlies en kramp is zwakker dan vaak wordt gedacht. Tempoverdeling, training en kracht doen meer tegen kramp.

Wat eet ik de avond voor een race?

Een koolhydraatrijke maaltijd met weinig vezels en weinig vet, opgebouwd uit producten die je kent. Peulvruchten, grote hoeveelheden rauwe groente, koolsoorten en vette sauzen laat je die avond staan. Stapelen met 10 tot 12 gram koolhydraten per kilo is pas zinvol bij inspanning langer dan 90 minuten. Reken erop dat je op de racedag 1 tot 2 kilo zwaarder bent, want elke gram glycogeen bindt ongeveer 3 gram water.

Welke supplementen zijn de moeite waard?

Creatine monohydraat in 3 tot 5 gram per dag, cafeïne in 3 tot 6 mg per kilo ongeveer een uur vooraf, natriumbicarbonaat voor korte inspanningen op hoge intensiteit, bèta-alanine voor inspanningen van ongeveer één tot vier minuten, en elektrolyten bij lange, warme inspanning. Daarbuiten is het voeding, slaap en training. Gebruik je medicatie of heb je een aandoening, bespreek supplementen dan met je arts.

Bronnen

  1. Jäger R e.a. International Society of Sports Nutrition Position Stand: protein and exercise. Journal of the International Society of Sports Nutrition, 2017;14:20. Bekijk de studie
  2. Morton RW e.a. A systematic review, meta-analysis and meta-regression of the effect of protein supplementation on resistance training-induced gains in muscle mass and strength in healthy adults. British Journal of Sports Medicine, 2018;52:376-384. Bekijk de studie
  3. Thomas DT, Erdman KA, Burke LM. Position of the Academy of Nutrition and Dietetics, Dietitians of Canada, and the American College of Sports Medicine: Nutrition and Athletic Performance. Journal of the Academy of Nutrition and Dietetics, 2016;116:501-528. Bekijk de studie
  4. Jeukendrup A. A Step Towards Personalized Sports Nutrition: Carbohydrate Intake During Exercise. Sports Medicine, 2014;44(Suppl 1):25-33. Bekijk de studie
  5. Jeukendrup AE. Training the Gut for Athletes. Sports Medicine, 2017;47(Suppl 1):101-110. Bekijk de studie
  6. Baker LB. Sweating Rate and Sweat Sodium Concentration in Athletes: A Review of Methodology and Intra/Interindividual Variability. Sports Medicine, 2017;47(Suppl 1):111-128. Bekijk de studie
  7. Hew-Butler T e.a. Statement of the Third International Exercise-Associated Hyponatremia Consensus Development Conference. Clinical Journal of Sport Medicine, 2015;25:303-320. Bekijk de studie
  8. Aird TP, Davies RW, Carson BP. Effects of fasted vs fed-state exercise on performance and post-exercise metabolism: A systematic review and meta-analysis. Scandinavian Journal of Medicine and Science in Sports, 2018;28:1476-1493. Bekijk de studie

Bekijk ook onze video's

Passend bij dit onderwerp.

Voeding & fasting

Intermittent fasting, 10 meest gestelde vragen

Welke voeding geeft energie en welke kun je beter laten staan? Een vraag die ik vaak krijg — en in deze video geef ik je kort en bondig antwoord.

ShortHYROXVoeding & fasting

Kan je een #HYROX nuchter lopen? Het antwoord is ja!

Nee, dit is geen bio-hack of trend. Het gaat over metabole flexibiliteit: het vermogen van je lichaam om energie te maken uit vetzuren, naast creatinefosfaat en glucose. Zonder die flexibiliteit kom je in een race vroeg of laat de "man met de hamer" tegen — enorme verzuring, soms zelfs bijna...

Alle video's →
Hybrid Racing

Wil je sneller over de finish bij je volgende race?

Voor HYROX- en DEKA-atleten die weten dat er meer in zit. We bouwen je race op vanuit de energiesystemen die hem daadwerkelijk bepalen.

Bekijk Hybrid RacingLiever eerst even praten? Plan een gratis kennismaking