De Online Race Group Coaching start 6 september. Zet je op de early-bird-lijst
Complete gids

Sporten als vrouw: cyclus, perimenopauze en overgang, de complete gids

Sporten als vrouw: cyclus, perimenopauze en overgang, de complete gids
← Terug naar alle inzichten
Jan Willem den HollanderMarinda den Hollander
Jan Willem & Marinda
Performance by Design

Onderdeel van Longevity

Het begint vaak buiten de sportschool. Je wordt om drie uur 's nachts wakker met een klam shirt en ligt tot vijf uur naar het plafond te kijken. Of je zit op een woensdagmiddag in een overleg en leest dezelfde regel voor de derde keer, terwijl je vroeger gewoon doorwerkte. En dan blijkt diezelfde week je squat zwaarder te voelen bij hetzelfde gewicht, terwijl je trainingsschema niet is veranderd.

Het korte antwoord

Je hormonen bepalen mee hoe snel je herstelt, hoe goed je spier en bot vasthoudt en hoe diep je slaapt. Binnen een regelmatige cyclus zijn die verschillen klein en sterk persoonlijk, dus een schema per fase levert weinig op. Vanaf de perimenopauze worden de verschuivingen groot en structureel, en dan verandert wat werkt: zwaarder en korter trainen, meer eiwit, slaap actief beschermen, en meten wat je niet kunt voelen. De rest van deze gids vult die vier punten in met getallen en beslisregels.

De levensfasen in één overzicht

STRAW+10 (Harlow en collega's, 2012) is het internationale kader waarmee de stadia van de reproductieve veroudering worden beschreven. Het handige daarvan: je kunt aan je eigen cyclusadministratie zien in welke fase je zit, zonder dat je daarvoor een hormoonuitslag nodig hebt. Hieronder de fasen, wat de hormonen doen en wat je er in de praktijk van merkt.

  • Regelmatige cyclus, folliculaire fase: van de eerste dag van je menstruatie tot de eisprong rond dag 14. Oestrogeen stijgt, progesteron is laag. Je slaapt meestal het diepst in deze fase en zware trainingen voelen vaak het meest voorspelbaar. Gemiddeld duurt een cyclus 28 dagen; 21 tot 35 dagen is normaal.

  • Regelmatige cyclus, luteale fase: van de eisprong tot de volgende menstruatie. Progesteron is hoog, oestrogeen heeft een tweede en lagere piek. Je kerntemperatuur ligt ongeveer 0,3 tot 0,5 graden hoger, je rusthartslag iets hoger, je HRV meestal iets lager en je ademfrequentie hoger. Veel vrouwen slapen dan lichter. Deze verschuivingen zijn klein en per persoon verschillend.

  • Op de pil: de eigen hormoonschommeling is grotendeels onderdrukt, dus de fasen hierboven gelden voor jou niet. Onderzoek naar orale anticonceptie vond een klein negatief effect op prestatie dat in de praktijk verwaarloosbaar is. Je hebt daarmee geen cyclusfasen om op te plannen, en ook geen natuurlijke cyclus als signaal van je energiebalans.

  • Vroege perimenopauze: je cycluslengte gaat structureel meer dan zeven dagen variëren. Oestrogeen schommelt sterk, hoog en laag door elkaar, en progesteron daalt eerder omdat er vaker cycli zonder eisprong zijn. FSH stijgt. Je merkt onvoorspelbaarheid: de ene maand vlot herstel, de volgende maand een week die aanvoelt als lopen door zand.

  • Late perimenopauze: er zit minstens zestig dagen tussen twee menstruaties, vaak met een FSH boven de 25 IU/L. Nachtelijk zweten, wakker liggen rond drie uur, drogere pezen die trager opwarmen en een buik die zich anders vult bij hetzelfde gewicht.

  • Postmenopauze: de menopauze is het moment van je laatste menstruatie, met terugwerkende kracht vastgesteld na twaalf maanden zonder. In Nederland ligt de gemiddelde leeftijd daarvan rond de 51 jaar; de perimenopauze begint gemiddeld enkele jaren eerder en kan vier tot acht jaar duren. Oestrogeen is laag en stabiel. Wat je nu doet met kracht, eiwit en slaap bepaalt hoeveel spier en bot je meeneemt naar de decennia daarna.

Waar je in dit rijtje staat, is een betere gids dan het jaartal op je paspoort. Twee vrouwen die op dezelfde dag geboren zijn, kunnen in twee verschillende stadia zitten.

Wat er in je lichaam gebeurt

Oestrogeen doet veel meer dan een cyclus regelen. Het ondersteunt spieraanmaak, botopbouw, de collageenkwaliteit van je pezen en banden, je insulinegevoeligheid, je temperatuurregulatie en een deel van je ontstekingsremming. Progesteron heeft een kalmerende, slaapbevorderende werking en beïnvloedt je temperatuur en ademhaling. Zolang beide netjes op en af gaan binnen een cyclus, is dat systeem als een goed geolied scharnier: je merkt het nauwelijks.

Als de schommeling groter wordt, merk je het wel. In de perimenopauze kan oestrogeen binnen een paar weken van hoog naar laag gaan, terwijl progesteron al eerder is gedaald. Dat verklaart de combinatie die veel vrouwen omschrijven als "ik ben mezelf niet": een gevoelige week met slechte slaap en een korter lontje, gevolgd door een week die weer bijna normaal voelt. Zodra oestrogeen daarna structureel laag wordt, verschuift het beeld van onvoorspelbaar naar systematisch. Spier wordt moeilijker te behouden, wat in de literatuur anabole weerstand wordt genoemd: dezelfde prikkel en dezelfde eiwitinname leveren minder op dan een aantal jaren eerder. De botdichtheid daalt sneller. Pezen en gewrichten reageren gevoeliger op een plotselinge toename van belasting, dus die achillespees die eerder alles slikte, meldt zich nu na een week met veel intervallen. Vet verschuift naar de buik en de bloedsuikerregulatie verandert.

Greendale en collega's (2019) volgden in het SWAN-cohort vrouwen door de overgang heen en zagen dat de vetmassa toeneemt en de vetvrije massa afneemt, met een duidelijke versnelling van ongeveer twee jaar vóór tot twee jaar ná de menopauze. Het belangrijkste detail: die verschuiving staat los van het lichaamsgewicht op de weegschaal. Je kunt op de kilo hetzelfde blijven en toch spier inleveren voor vet.

Je kunt op de kilo hetzelfde blijven en toch spier inleveren voor vet.

Dat is precies waarom de weegschaal in deze fase een slechte raadgever is. Zet je de spiegel, de omtrek van je middel, je kracht in de basisoefeningen en een periodieke lichaamssamenstellingsmeting naast elkaar, dan zie je wat er werkelijk gebeurt. Na de menopauze stijgen bovendien LDL-cholesterol en ApoB gemiddeld en daalt de insulinegevoeligheid, dus de bloedsuikerregulatie verdient in het beloop extra aandacht. Hoe dat past in het grotere plaatje van gezond ouder worden als sporter, staat in de complete gids over longevity voor sporters.

Trainen op je cyclus: wat het onderzoek zegt

De populaire versie luidt: train zwaar in je folliculaire fase, ga rustig aan in je luteale fase. Klinkt logisch. De data zijn een stuk saaier. McNulty en collega's (2020) brachten in een meta-analyse alle beschikbare studies samen bij vrouwen met een normale cyclus. De prestatie in de vroege folliculaire fase, dus tijdens je menstruatie, was gemiddeld iets lager dan in de andere fasen. Het effect was triviaal, met grote verschillen tussen studies en tussen individuele vrouwen. De conclusie van de auteurs zelf: een algemene trainingsregel per fase valt niet te onderbouwen, monitor individueel.

Wat betekent dat voor je dinsdagavond? Dat je je planning niet vooruit hoeft te schuiven op basis van een kalender. Een zware deadlift-sessie tijdens je menstruatie is prima als je je goed voelt. Wat wél zinvol is, is je eigen patroon leren kennen. Meet drie cycli lang je rusthartslag, je huidtemperatuur en je HRV bij het wakker worden. Na drie cycli zie je jouw versie van het patroon: bij de meeste vrouwen kruipt de rusthartslag na de eisprong een paar slagen omhoog en zakt de HRV licht, om rond de menstruatie weer terug te veren. Dat is jouw normaal.

Vanaf dat moment kun je afwijkingen gebruiken als beslisregel. Ligt je HRV twee ochtenden op rij duidelijk onder jouw luteale normaal en is je rusthartslag verhoogd, dan draai je die dag de intensiteit terug en houd je de techniek en het volume aan. Zie je in de luteale fase géén temperatuurstijging meer terwijl die er eerder altijd was, dan is dat een vroeg signaal dat je cyclus verstoord raakt en een reden om te laten meten. Dat is een signaal, geen diagnose. De praktische uitwerking van dit alles staat in het artikel over trainen op je cyclus met kracht, herstel en HRV en de interpretatie van je data in HRV bij vrouwen door cyclus en perimenopauze.

Eén klacht komt zo vaak terug dat hij aparte aandacht verdient: de slechtere slaap in de tweede cyclushelft. Hogere kerntemperatuur, hogere ademfrequentie en de manier waarop je lichaam progesteron en oestrogeen afbreekt spelen daarin mee. Dat is te beïnvloeden, en hoe dat werkt lees je in slecht slapen rond je menstruatie. Gebruik je hormonale anticonceptie, dan valt dit hele kapittel voor jou weg: je hebt geen eigen fasen om op te sturen en je stuurt puur op belasting, slaap en herstel.

Trainen in de perimenopauze en daarna

Zodra oestrogeen onbetrouwbaar wordt, verandert het antwoord op de vraag "welke training levert het meeste op". De prikkel moet zwaarder en duidelijker zijn om dezelfde aanpassing uit te lokken, en de tijd onder stress mag korter, omdat je herstelcapaciteit gevoeliger is geworden voor stapeling. Drie bouwstenen doen het werk.

Zware krachttraining met weinig herhalingen. Sims en collega's (ISSN, 2023) adviseren voor deze fase grofweg drie tot zes herhalingen per set in de grote basisoefeningen: squat, deadlift of romanian deadlift, druk- en trekbewegingen, en een dragende of scharnierende oefening voor de romp. Zwaar betekent hier dat de laatste herhaling van een set echt inzet vraagt en dat je techniek nog schoon is. Twee tot drie sessies per week, met voldoende rust tussen de sets, zodat je kracht kunt tonen in plaats van uitgeput raken. Dit is de sterkste prikkel die er is voor spier, bot en insulinegevoeligheid tegelijk. Begin je vanaf nul, dan is de startgids voor krachttraining je logische eerste stap; wil je de perimenopauze-specifieke opbouw, lees dan waarom zwaar en kort nu werkt.

Korte, intensieve intervallen. Denk aan tien tot dertig seconden echt hard, met volledige rust ertussen, een paar keer per week. Sprints op de fiets of roeier, heuvelsprints, sledepushes. Deze inspanningen raken je koolhydraatstofwisseling en je insulinegevoeligheid zonder dat ze je urenlang in een verhoogde cortisolstand duwen.

Springen en landen. Bot reageert op korte, krachtige piekbelasting. Twintig tot veertig contacten, twee of drie keer per week, is al een prikkel: touwtjespringen, boxjumps met een rustige afstap, korte hops. Bouw dat op zoals je een gewicht opbouwt, dus met kleine stappen in aantal en hoogte.

Wat er tegelijk minder oplevert, is de stapel matig intensieve duurtraining. Vier keer een uur in dat middengebied waar het net niet rustig en net niet hard is, kost herstelcapaciteit en houdt je cortisol lang hoog, terwijl de opbrengst voor spier en bot beperkt blijft. Rustige duur blijft waardevol voor je hart, je hoofd en je stofwisseling; houd die dan echt rustig, zodat je kunt praten. Loop je graag en merk je dat je gewrichten, je slaap of je herstel anders reageren, dan geeft hardlopen in de overgang je de aanpassingen die je nodig hebt om te blijven lopen.

Rustige duur blijft waardevol voor je hart, je hoofd en je stofwisseling; houd die dan echt rustig, zodat je kunt praten.

Een praktische weekindeling die vaak werkt: twee zware krachtsessies, één sessie met korte sprints, twee rustige duursessies van dertig tot zestig minuten, en het springwerk als warming-up bij de krachtsessies. Meer trainen dan dit is meestal geen probleem van motivatie, het is een rekensom in herstel.

Eten: eiwit, energie en het eetraam

Anabole weerstand betekent dat je per maaltijd een grotere eiwitprikkel nodig hebt om dezelfde spieraanmaak te krijgen. Sims en collega's (2023) noemen daarom een hogere inname dan de algemene sportnorm: 1,6 tot 2,2 gram eiwit per kilo lichaamsgewicht per dag, verdeeld over de dag met 30 tot 40 gram per maaltijd. Voor een vrouw van 68 kilo komt dat neer op ongeveer 110 tot 150 gram per dag. Dat haal je niet met een handje noten en een schaal yoghurt. Reken één keer uit wat 35 gram eiwit is in de vorm die jij eet, en bouw je maaltijden daar dan op: een portie vis of vlees ter grootte van je hand, drie eieren plus kwark, of een stevige combinatie van hüttenkäse, linzen en een eiwitrijke zuivel of een shake als aanvulling.

De reflex bij een veranderende lichaamssamenstelling is minder eten. In deze fase werkt dat tegen je. Minder energie betekent minder bouwstenen voor spier, een lagere trainingskwaliteit, meer cortisol en vaak juist meer vetopslag rond de buik. Energiebeschikbaarheid is wat je overhoudt voor je lichaam na de energie die je training kost, uitgedrukt per kilo vetvrije massa per dag. Grofweg 45 kcal per kilo vetvrije massa per dag is gezond; onder ongeveer 30 kcal per kilo vetvrije massa per dag raakt de aansturing van de eisprong verstoord. Wie vier of vijf keer per week traint en tegelijk streng eet, zit daar sneller onder dan hij denkt. De uitwerking daarvan staat in het artikel over een menstruatie die uitblijft door sporten.

Wij werken vanuit intermittent living, dus met een eetraam in plaats van eten vanaf het moment dat je wakker wordt. Dat is een hulpmiddel, geen doel. De praktische invulling: leg je eerste maaltijd op het moment dat bij je dag past, houd je eetraam breed genoeg om je eiwit in drie of vier stevige maaltijden te verdelen, en leg een eiwitrijke maaltijd binnen enkele uren na je krachttraining. Merk je dat een kort eetraam ten koste gaat van je eiwitinname, je slaap of je trainingskwaliteit, dan verbreed je het raam. Een raam van acht tot tien uur met drie complete maaltijden werkt voor de meeste sportende vrouwen beter dan zestien uur vasten met twee maaltijden waarin je 90 gram eiwit moet proppen.

Eén supplement heeft in deze fase een sterke onderbouwing: creatine monohydraat, 3 tot 5 gram per dag. Het is voor vrouwen even zinvol als voor mannen en juist in de perimenopauze interessant voor kracht en herstel. Wat het doet, wat het niet doet en wat het met je nierwaarden in het lab doet, lees je in het artikel over creatine voor sporters. Andere supplementen komen bij ons pas in beeld als er een uitslag ligt die ze rechtvaardigt.

Slaap en herstel

Baker en collega's (2018) beschrijven waarom slaapklachten in de overgang toenemen. Drie oorzaken lopen door elkaar: opvliegers en nachtelijk zweten, de lagere progesteron die eerder slaapbevorderend werkte, en stemmingsveranderingen. Het patroon is kenmerkend: doorslapen is vaker het probleem dan inslapen. Je valt om elf uur zonder moeite weg en ligt om half vier klaarwakker met een hoofd dat de hele agenda doorloopt.

Training helpt daarbij, met een nuance. De MsFLASH-studie (Sternfeld en collega's, 2014) liet zien dat twaalf weken aerobe training de slaapkwaliteit en de slapeloosheidsklachten verbeterde bij vrouwen met opvliegers, terwijl het aantal opvliegers zelf niet duidelijk afnam. Dat is een bruikbare verwachting: je gaat beter slapen en je stemming verbetert, ook als de opvliegers blijven. Twaalf weken is de tijdsduur waarop je het mag beoordelen, geen twee weken.

Timing doet mee. Een intensieve avondtraining verhoogt je kerntemperatuur en je sympathische activiteit op het moment dat je lichaam juist wil afkoelen. Merk je dat je na een late intervalsessie tot middernacht ligt te draaien, dan verschuif je de zware sessies naar de ochtend of vroege middag en houd je de avond voor kracht met lange rustpauzes of rustige beweging. Verder: koel slapen, licht dimmen in het laatste uur, alcohol beperken op dagen dat je slaap al kwetsbaar is, en een laatste maaltijd die genoeg eiwit bevat om niet 's nachts wakker te worden van honger.

Je wearable is hier nuttig als trendmeter. Een verhoogde rusthartslag, lagere HRV en hogere huidtemperatuur op meerdere ochtenden vertellen je dat de belasting van de afgelopen dagen nog niet is verwerkt. Reageer daarop met de intensiteit en niet met het schrappen van je hele week. De volledige aanpak van herstel via slaap staat in de complete gids over slaap voor sporters.

Longevity

Wil je de controle over je gezondheid, gewicht en energie terugpakken?

Voor wie 's middags instort, traag herstelt of merkt dat afvallen niet meer werkt zoals vroeger. We zoeken uit waar dat vandaan komt, zodat jij de controle over je gezondheid, je gewicht en je energie terugpakt.

  • Je stort 's middags in en grijpt naar koffie of suiker
  • Je slaapt zeven uur en wordt niet uitgerust wakker
  • Afvallen werkt niet meer zoals het vroeger werkte
Bekijk Longevity

Liever eerst even praten? Plan een gratis kennismaking

Wanneer je cyclus stopt door sporten

Een cyclus die langer wordt dan 35 dagen heet oligomenorroe. Blijft je menstruatie drie maanden of langer weg terwijl je eerder wel menstrueerde, dan heet dat secundaire amenorroe. Beide horen eerst bij de huisarts, om zwangerschap, schildklierproblemen, PCOS en andere oorzaken uit te sluiten. Doe dat ook als je zeker denkt te weten dat het door je training komt.

Het IOC-consensusdocument over REDs (Mountjoy en collega's, 2023) beschrijft wat er gebeurt bij een te lage energiebeschikbaarheid. De gevolgen lopen breed: menstruatiestoornissen, botverlies en stressfracturen, een verlaagde vrije T3, verlaagd oestradiol, verhoogd cortisol, een lagere rusthartslag, minder prestatie en herstel, vaker ziek zijn, ijzertekort, slaapklachten, prikkelbaarheid en somberheid. Het treft vrouwen én mannen, met en zonder eetstoornis. Ook mensen die naar eigen inzicht gewoon gezond eten en daarnaast veel trainen, komen er terecht. In prospectief onderzoek treden de eerste hormonale en metabole veranderingen op binnen dagen tot weken; het herstel volgt op meer eten en minder trainen en duurt vaak maanden.

De signalen die je zelf kunt zien: een cyclus die langer wordt of wegblijft, een luteale temperatuurstijging die uitblijft in je data, koude handen en voeten, een rusthartslag die lager wordt zonder dat je fitter voelt, een libido die verdwijnt, vaker een verkoudheid die blijft hangen, en trainingen die zwaarder voelen bij hetzelfde gewicht. Zie je twee of meer van deze dingen naast elkaar, dan is er reden om het serieus te nemen. Hoe die aansturing vanuit de hypothalamus in elkaar zit en waarom niet alleen je energie-inname meeweegt, staat in het artikel over de functionele verstoring van de hypothalamus. De praktische route van herkennen naar herstellen vind je in het artikel over REDs en een uitblijvende menstruatie.

Als eten voor je een spanningsvol onderwerp is geworden, of als je merkt dat je gedachten over eten en trainen veel ruimte innemen, dan is de huisarts de plek om daarover te beginnen. Dat is geen falen en het hoort bij het gesprek over prestatie en gezondheid.

Wat je meet: de bloedwaarden van de vrouwelijke sporter

Sommige klachten voel je, andere zie je alleen in een uitslag. De volgende waarden geven samen een bruikbaar beeld, waarbij het labbereik aangeeft wat als afwijkend geldt en het functionele bereik aangeeft wat een sportend lichaam nodig heeft.

  • Ferritine: het labbereik voor vrouwen begint bij 15 µg/L. Sportend lichaamswerk wordt vaak pas vanaf 50 goed ondersteund, en 50 tot 150 geldt als functioneel bereik. Voor mannen: lab 30 tot 400, functioneel 30 tot 200. Je verliest ijzer via je menstruatie, en als sporter daarbovenop via zweet, voetzoolschade en de darm. Ontsteking remt de opname via hepcidine, dus een lage ferritine bij een verhoogde hs-CRP vraagt om een andere aanpak dan een lage ferritine bij een schoon ontstekingsbeeld. Achtergrond in ferritine en ijzer bij sporters.

  • Vitamine D: lab vanaf 50 nmol/L, functioneel 75 tot 120. Relevant voor bot, spierfunctie en immuunsysteem, en in de winter bij vrijwel iedereen lager.

  • hs-CRP: lab tot 5 mg/L, functioneel onder de 1. Een stille verhoging verklaart vaak waarom herstel traag is en waarom ijzer niet stijgt bij suppletie.

  • Nuchtere glucose en HbA1c: glucose lab tot 6,1 mmol/L, functioneel tot 5,2. HbA1c lab tot 42 mmol/mol, functioneel rond 31 tot 36. Omdat de insulinegevoeligheid na de menopauze gemiddeld daalt, is het beloop van deze twee over de jaren interessanter dan één momentopname.

  • Foliumzuur: lab vanaf 7 nmol/L, functioneel vanaf 18. Onderdeel van het bredere beeld rond energie en methylering.

  • Schildklier: relevant omdat een uitblijvende menstruatie, koude intolerantie en traag herstel er ook uit kunnen komen. Hier gaat het om de samenhang tussen de waarden en het beloop, zonder eigen streefgetallen.

  • FSH, oestradiol en progesteron: prik bij voorkeur op een vast cyclusmoment, dus dag 2 tot 5 voor FSH en oestradiol en rond dag 21 voor progesteron bij een cyclus van 28 dagen. In de perimenopauze bestaat dat vaste moment niet meer, want oestrogeen schommelt sterk en er zijn cycli zonder eisprong. Eén prik zegt dan weinig; een herhaling over enkele maanden, gelezen naast je klachten en je cyclusadministratie, zegt veel meer.

De volledige uitleg per waarde, inclusief wat je met welke uitslag doet, staat in het artikel over de bloedwaarden van de vrouwelijke sporter. Één regel geldt altijd: geen supplement zonder uitslag, en geen conclusie uit één losse waarde.

Valkuilen

  • Alles op de cyclus willen plannen. Het effect van de fase op je prestatie is gemiddeld triviaal. Plan op basis van je herstel van gisteren en je data van vanmorgen.

  • De weegschaal als maat nemen. Je gewicht kan gelijk blijven terwijl je vetvrije massa daalt. Meet omtrek, kracht en lichaamssamenstelling erbij.

  • Minder eten als het gewicht verschuift. Dat versterkt het probleem: minder eiwit, minder herstel, meer cortisol. Eet naar je training en verhoog eerst je eiwit.

  • Lange matige duurtrainingen stapelen. Vier keer een uur in het middengebied kost veel en levert voor spier en bot weinig. Ruil twee van die sessies om voor kracht en korte sprints.

  • Klachten toeschrijven aan je levensfase. Traag herstel, koude handen en een zwaar hoofd kunnen ook uit een lage ferritine, een lage vitamine D, een verhoogde hs-CRP of een schildklierwaarde komen. Laat prikken voordat je iets accepteert.

  • Stoppen met springen door urineverlies. Bekkenbodemklachten komen vaker voor na zwangerschappen en in de overgang en zijn goed behandelbaar door een bekkenfysiotherapeut. Springen en hardlopen laten staan kost je bot en kracht die je juist nu nodig hebt.

Wat wij ermee doen

In onze begeleiding lopen twee sporen naast elkaar. Het trainingsspoor zetten we op rond zware kracht in de basisoefeningen, korte intensieve intervallen en springwerk voor je botten, met een volume dat past bij wat je herstel op dat moment aankan. Marinda pakt dat trainingsdeel op: van techniek in de squat en de deadlift tot de opbouw van sprints en de vraag of jouw week klopt met jouw slaap. Het tweede spoor is de kPNI-blik op je fysiologie: eiwit en energiebeschikbaarheid, je eetraam, je slaap en je bloedwaarden in samenhang gelezen in plaats van waarde voor waarde. We herhalen metingen, omdat het beloop in deze levensfase meer zegt dan één uitslag.

Wil je vooral kracht, bot en stofwisseling beschermen met het oog op de decennia die komen, dan is de baan longevity je route. Zit je nu vast op traag herstel, slechte nachten en trainingen die zwaarder voelen dan ze zouden moeten, dan begin je bij beter herstel. Over hormoontherapie geven wij geen advies; dat is een keuze die je met je huisarts of gynaecoloog maakt, en wij werken er prima naast.

Weet je niet welke van de twee bij je past, of wil je eerst je situatie uitleggen aan iemand die de vragen kent? Plan dan een kennismaking van 15 minuten en we kijken samen wat de eerste zinnige stap is.

Verder lezen

Wil je weten hoe je een krachtschema opbouwt dat past bij de perimenopauze, met concrete sets, herhalingen en opbouw, lees dan krachttraining in de perimenopauze: zwaar en kort.

Voor het bijhouden van je eigen patroon en het gebruik van HRV, temperatuur en rusthartslag als beslisregel ga je naar trainen op je cyclus.

Blijft je menstruatie weg of wordt je cyclus steeds langer, dan geeft menstruatie blijft uit door sporten je de route van signalen naar huisarts naar herstel.

Loop je hard en merk je dat je gewrichten, slaap en herstel anders reageren dan een paar jaar eerder, dan vind je de aanpassingen in hardlopen in de overgang.

Wil je precies weten wat je laat prikken, op welk cyclusmoment en hoe je de uitslag leest, dan is de bloedwaarden van de vrouwelijke sporter je startpunt.

Samenvatting

  • Binnen een regelmatige cyclus zijn de prestatieverschillen per fase gemiddeld triviaal en sterk individueel (McNulty en collega's, 2020). Leer je eigen patroon over drie cycli en stuur daarop.

  • De perimenopauze herken je aan het beloop van je cycluslengte volgens STRAW+10 (Harlow en collega's, 2012), niet aan een enkele hormoonuitslag.

  • Rond de menopauze neemt de vetmassa toe en de vetvrije massa af, los van je gewicht op de weegschaal (Greendale en collega's, 2019). Meet dus kracht, omtrek en lichaamssamenstelling.

  • Zwaar en kort werkt: krachttraining met drie tot zes herhalingen, intervallen van tien tot dertig seconden en twintig tot veertig sprongcontacten per sessie, met rustige duur als aanvulling.

  • Eiwit naar 1,6 tot 2,2 gram per kilo per dag, verdeeld in porties van 30 tot 40 gram, en een eetraam dat breed genoeg is om dat te halen. Creatine 3 tot 5 gram per dag is onderbouwd.

  • Twaalf weken aerobe training verbetert de slaapkwaliteit bij vrouwen met opvliegers, ook als de opvliegers blijven (Sternfeld en collega's, 2014).

  • Meet ferritine (functioneel 50 tot 150 µg/L voor vrouwen), vitamine D (75 tot 120 nmol/L), hs-CRP (onder 1 mg/L), glucose en HbA1c, en lees de hormonen als beloop op een vast cyclusmoment.

Veelgestelde vragen

Kan ik zwaar trainen tijdens mijn menstruatie?

Ja. In de meta-analyse van McNulty en collega's (2020) was de prestatie in de vroege folliculaire fase gemiddeld iets lager, met een triviaal effect en grote verschillen tussen vrouwen. Voel je je goed, dan trek je je geplande zware sessie gewoon door. Voel je je zwaar of heb je veel bloedverlies en klachten, dan verlaag je die dag de intensiteit en houd je de techniek en het volume aan. Veel bloedverlies over langere tijd is bovendien een reden om je ferritine te laten prikken.

Moet ik mijn training aanpassen aan mijn cyclus?

Een vast schema per fase valt niet te onderbouwen. Wat wel werkt, is drie cycli lang je rusthartslag, temperatuur en HRV bij het wakker worden bijhouden en daarna je eigen normaal gebruiken. Ligt je HRV twee ochtenden op rij onder jouw luteale normaal, dan schaal je de intensiteit terug. Gebruik je hormonale anticonceptie, dan heb je geen eigen fasen om op te sturen en stuur je op belasting, slaap en herstel.

Waarom kom ik aan in de overgang terwijl ik hetzelfde eet?

In de jaren rond de laatste menstruatie neemt de vetmassa toe en de vetvrije massa af, met een versnelling van ongeveer twee jaar vóór tot twee jaar ná de menopauze (Greendale en collega's, 2019). Vet verschuift daarbij naar de buik en de insulinegevoeligheid daalt gemiddeld. Minder eten is hier de verkeerde reflex, omdat je dan nog meer spier verliest. Verhoog je eiwit naar 1,6 tot 2,2 gram per kilo, train zwaar met weinig herhalingen en voeg korte sprints toe.

Welke training helpt tegen slecht slapen in de overgang?

Aerobe training verbeterde in de MsFLASH-studie (Sternfeld en collega's, 2014) na twaalf weken de slaapkwaliteit en de slapeloosheidsklachten bij vrouwen met opvliegers, terwijl het aantal opvliegers zelf niet duidelijk afnam. Combineer dat met krachttraining voor spier en bot, en zet je intensieve sessies in de ochtend of vroege middag als je merkt dat je na een late training moeilijk in slaap komt. Beoordeel het resultaat na twaalf weken.

Hoeveel eiwit heb ik nodig?

1,6 tot 2,2 gram per kilo lichaamsgewicht per dag, verdeeld over de dag met 30 tot 40 gram per maaltijd (Sims en collega's, 2023). Reken één keer uit hoe 35 gram eiwit er in jouw voeding uitziet en bouw je maaltijden daaromheen. Zit je aan de bovenkant van je trainingsvolume of merk je dat je herstel achterblijft, dan ga je richting de bovenkant van dat bereik.

Mijn menstruatie is al drie maanden weg, wat nu?

Dat heet secundaire amenorroe en hoort eerst bij de huisarts, om zwangerschap, schildklierproblemen, PCOS en andere oorzaken uit te sluiten. Breng ondertussen in kaart wat je eet en wat je traint, want een te lage energiebeschikbaarheid is een veelvoorkomende oorzaak bij sportende vrouwen. De gevolgen daarvan lopen van botverlies en stressfracturen tot verlaagde vrije T3, verhoogd cortisol en slechter herstel (Mountjoy en collega's, 2023). Herstel volgt op meer eten en minder trainen en duurt vaak maanden.

Kan ik bij jullie terecht in de overgang?

Ja. We werken met kracht, korte intervallen, eiwit, slaap en bloedwaarden die we in samenhang lezen en over de tijd herhalen, omdat één losse uitslag in deze fase weinig zegt. Over hormoontherapie, anticonceptie en medicatie geven wij geen advies; dat bespreek je met je huisarts of gynaecoloog. Wat wij doen, past daar goed naast.

Bronnen

  1. McNulty KL e.a. The Effects of Menstrual Cycle Phase on Exercise Performance in Eumenorrheic Women: A Systematic Review and Meta-Analysis. Sports Medicine, 2020;50:1813-1827. Bekijk de studie
  2. Harlow SD e.a. Executive summary of the Stages of Reproductive Aging Workshop + 10 (STRAW+10). Menopause, 2012;19:387-395. Bekijk de studie
  3. Greendale GA e.a. Changes in body composition and weight during the menopause transition. JCI Insight, 2019;4:e124865. Bekijk de studie
  4. Sims ST, Kerksick CM e.a. International society of sports nutrition position stand: nutritional concerns of the female athlete. Journal of the International Society of Sports Nutrition, 2023;20:2204066. Bekijk de studie
  5. Mountjoy M e.a. 2023 International Olympic Committee consensus statement on Relative Energy Deficiency in Sport (REDs). British Journal of Sports Medicine, 2023;57:1073-1097. Bekijk de studie
  6. Baker FC e.a. Sleep and Sleep Disorders in the Menopausal Transition. Sleep Medicine Clinics, 2018;13:443-456. Bekijk de studie
  7. Sternfeld B e.a. Efficacy of exercise for menopausal symptoms: a randomized controlled trial (MsFLASH). Menopause, 2014;21:330-338. Bekijk de studie

Bekijk ook onze video's

Passend bij dit onderwerp.

ShortVoeding & fasting

Eten veroorzaakt een ontsteking in je lichaam (en dit bepaalt hoe erg dat is)

Elke keer dat je eet, reageert je immuunsysteem met een kleine ontsteking — de zogeheten postprandiale ontstekingsreactie. Coach Jan Willem legt uit waarom dit gebeurt, wat voeding daarmee te maken heeft, en waarom de optelsom van je eetmomenten uiteindelijk bepalender is dan één enkele maaltijd.

ShortHYROXVoeding & fasting

Kan je een #HYROX nuchter lopen? Het antwoord is ja!

Nee, dit is geen bio-hack of trend. Het gaat over metabole flexibiliteit: het vermogen van je lichaam om energie te maken uit vetzuren, naast creatinefosfaat en glucose. Zonder die flexibiliteit kom je in een race vroeg of laat de "man met de hamer" tegen — enorme verzuring, soms zelfs bijna...

Alle video's →
Lost training het niet op?

Dan begint het bij je bloedwaarden

Aanhoudende vermoeidheid, traag herstel of klachten die je schema niet verklaart, hebben meestal een fysiologische oorzaak: je ijzerstatus, je ontstekingsniveau, je schildklier, je darm. Jan Willem zoekt die als orthomoleculair therapeut, in drie stappen die elk klein zijn.

STAP 1

Je waarden zien, gratis

Upload je uitslag en zie elke waarde op het labbereik en het functionele bereik.

STAP 2

De duiding, €129

Eén rapport in gewone taal met de samenhang en een plan in fases, nagekeken door een therapeut.

STAP 3

De Deep Dive, €250

Intake, je uitslag en een gesprek van 60 tot 90 minuten waarin je je behandelplan krijgt.

Zo werkt orthomoleculaire therapie voor sportersOf begin met je uitslag bij Insight by Design →
Longevity

Wil je de controle over je gezondheid, gewicht en energie terugpakken?

Voor wie 's middags instort, traag herstelt of merkt dat afvallen niet meer werkt zoals vroeger. We zoeken uit waar dat vandaan komt, zodat jij de controle over je gezondheid, je gewicht en je energie terugpakt.

Bekijk LongevityLiever eerst even praten? Plan een gratis kennismaking