Het korte antwoord
Een GLP-1-middel zoals semaglutide of tirzepatide remt je eetlust, vertraagt je maaglediging en helpt je afvallen. Je spieren, je conditie en je bloedwaarden blijven jouw werk: training, eiwit, herstel en gerichte supplementen. Wie dat werk doet houdt het resultaat na stoppen, wie het overslaat verliest een aanzienlijk deel spier en krijgt het meeste gewicht binnen een jaar terug.
Wat de studies laten zien
Gemiddeld gewichtsverlies: In de STEP 1-studie verloren deelnemers met semaglutide gemiddeld ongeveer 15 procent lichaamsgewicht in 68 weken (Wilding en collega's, 2021). In SURMOUNT-1 met tirzepatide op de hoogste dosis werd ruim 20 procent gemiddeld gewichtsverlies gezien in vergelijkbare tijd (Jastreboff en collega's, 2022). Dit zijn groepsgemiddelden uit gecontroleerde trials, geen belofte voor jouw uitkomst.
Vetvrije massa gaat mee: In de DXA-substudie van STEP 1 bestond een aanzienlijk deel van het verloren gewicht uit vetvrije massa, in de orde van een derde. Dat is spier, bindweefsel, botmineraal en water. Zonder gerichte krachttraining en voldoende eiwit verliest je lichaam niet alleen vet. Het breekt ook spiereiwit af om te voorzien in glucose en aminozuren tijdens het energietekort.
Gewicht na stoppen: In de STEP 1-extensie was een jaar na stoppen ongeveer twee derde van het verloren gewicht terug (Wilding en collega's, 2022). In SURMOUNT-4 kwam bij deelnemers die na 36 weken overstapten op placebo ruim de helft terug binnen een jaar (Aronne en collega's, 2024). Het mechanisme is helder: zodra de eetlustremming verdwijnt, normaliseert de maaglediging en keert de energiebalans terug naar het oude evenwicht, tenzij je intussen je leefstijl hebt aangepast.
Training maakt het verschil: In de studie van Lundgren en collega's (2021) hield de combinatie van liraglutide en begeleide training het gewichtsverlies het beste vast en verbeterde de lichaamssamenstelling. Alleen training bleef ook stabiel, alleen medicatie zonder training verloor het resultaat na stoppen. Dit patroon zien we ook terug in de klinische praktijk: deelnemers die structureel trainden en voldoende eiwit aten, behielden hun spiermassa en hun metabole gezondheid.
Alleen training bleef ook stabiel, alleen medicatie zonder training verloor het resultaat na stoppen.
Wat een GLP-1-middel in je lichaam doet
GLP-1 is een darmhormoon dat je lichaam zelf maakt na een maaltijd. Het signaleert verzadiging, vertraagt de lediging van je maag en stimuleert je alvleesklier om insuline vrij te geven wanneer je bloedsuiker stijgt. De medicijnen semaglutide (Wegovy, Ozempic) en tirzepatide (Mounjaro) zijn synthetische varianten die langer werken dan het natuurlijke hormoon en wekelijks via een injectie worden gegeven.
Semaglutide bindt aan de GLP-1-receptor in je hersenen, je maag en je alvleesklier. Tirzepatide doet dat ook, en werkt daarnaast op de GIP-receptor, een tweede darmhormoon dat de bloedsuikerregulatie en het vetmetabolisme beïnvloedt. Samen zorgen deze effecten voor een sterke remming van de eetlust, een trager voedingsritme en een betere bloedsuikercontrole.
Het resultaat is dat je minder honger voelt, sneller vol zit en minder energie binnenkrijgt. De medicijnen veranderen daarmee de energiebalans, waardoor je lichaam reserves gaat aanspreken. Welke reserves dat zijn, hangt af van wat je daarnaast doet. Wie voldoende eiwit eet en krachttraint, stuurt het lichaam richting vetverbranding en spierbehoud. Wie dat niet doet, verliest een mix van vet en spier, met alle gevolgen voor kracht, conditie en metabolisme. Voor een volledig beeld van de samenhang tussen insuline, glucose en ontstekingswaarden, lees je de kPNI-blik op insulineresistentie.
De vertraagde maaglediging heeft ook gevolgen voor je voedingstiming. Eten blijft langer in je maag, waardoor je langer vol blijft. Dat klinkt prettig, en voor velen is het dat ook. Tegelijk betekent het dat je minder frequent wilt eten en kleinere hoeveelheden verdraagt. Voor mensen die gewend zijn aan drie of vier maaltijden per dag, vraagt dat een herziening van hun planning. Voor wie al werkt met een smaller eetvenster of intermittent fasting, past het vaak natuurlijk.
Wat het niet doet
Het middel bouwt geen spier op, traint je conditie niet en verandert je gewoontes niet. Het lost een lage ijzerstatus, een slechte slaap of chronische ontstekingswaarden niet op. Het helpt je minder eten, dat wel, en dat alleen al kan gunstige effecten hebben op je bloedsuikercontrole, je bloeddruk en je ontstekingswaarden. Die effecten zijn indirecte gevolgen van het gewichtsverlies en de betere energiebalans, niet van het middel zelf.
Als je wilt dat het gewichtsverlies bestaat uit vet in plaats van spier, dat je kracht en conditie behouden blijven en dat je het resultaat vasthoudt na stoppen, dan moet je trainen, voldoende eiwit eten, je herstel organiseren en je bloedwaarden in de gaten houden. Dat hele traject beschrijven we in de complete longevitygids voor mensen die sporten. De medicatie koopt je tijd om die gewoontes op te bouwen. Wie die kans niet benut, krijgt na stoppen het gewicht terug, vaak met een ongunstiger verdeling: minder spier, meer vet.
Spierbehoud: de eerste prioriteit
Waarom vetvrije massa meegaat in het gewichtsverlies, heeft drie oorzaken. Ten eerste bouwt je lichaam bij een energie-tekort niet alleen vet af. Ook eiwit uit spier en bindweefsel wordt afgebroken om glucose en aminozuren te leveren. Ten tweede neem je vaak minder eiwit binnen doordat je eetlust verdwijnt. Ten derde trainings je minder intensief of minder frequent omdat je minder energie voelt.
Het verlies aan vetvrije massa betekent minder kracht, een lager basaalmetabolisme en een zwakkere conditie. Hoe meer spier je verliest, hoe minder energie je straks nodig hebt om je gewicht vast te houden. Dat maakt terugval na stoppen waarschijnlijker. Spiermassa bepaalt voor een groot deel je ruststofwisseling. Wie tien kilo spiermassa verliest, heeft daarna gemiddeld 100 tot 150 kilocalorie minder nodig per dag. Over een jaar is dat een verschil van enkele kilo's lichaamsgewicht, zonder dat je gedrag verandert. Voor een volledig overzicht, lees de gids over afvallen zonder spierverlies.
De consensus voor spierbehoud is helder: 1,2 tot 1,6 gram eiwit per kilo lichaamsgewicht per dag, verdeeld over de dag, en krachttraining twee tot vier keer per week. Dat laatste betekent oefeningen met weerstand: gewichten, banden, kettlebells of je eigen lichaamsgewicht in progressieve varianten. Voor wie nieuw is in krachttraining, biedt de complete startgids krachttraining een veilige opbouw.
In de praktijk vraagt dat planning. Je hebt minder honger, dus je moet bewust momenten kiezen om te eten. Je eetvenster wordt vaak smaller, waardoor de eiwitinname geconcentreerder moet. Wie 80 kilo weegt en 120 gram eiwit wil verdelen over twee of drie maaltijden, plant 40 tot 60 gram per maaltijd. Dat is fors, zeker als je snel vol zit. Precies daarom is een gestructureerd trainingsschema en voedingsplan geen luxe. Meer hierover lees je in de gids over sporten met een GLP-1-middel.
Hoe meer spier je verliest, hoe minder energie je straks nodig hebt om je gewicht vast te houden.
Spierbehoud vraagt ook progressieve overbelasting. Dat betekent dat je de weerstand of het volume langzaam opvoert. Als je dezelfde oefeningen met hetzelfde gewicht blijft doen, stuurt je lichaam het signaal dat die spier niet nodig is en wordt hij afgebroken voor energie. Progressie kan betekenen: meer gewicht, meer herhalingen, meer sets, langzamere uitvoering of kortere rust tussen sets. Het doel is dat je spier week na week wordt uitgedaagd om aan te passen.
Veel mensen onderschatten het belang van herstel. Spier groeit tijdens de rust na de training. Slaap, voeding en stressmanagement bepalen of je lichaam herstelt of afbreekt. Wie slecht slaapt, weinig eiwit eet en chronisch gestrest is, verliest spier, ook al traint hij regelmatig. Het samenspel van training, voeding en herstel noemen we in de kPNI de recovery-driehoek. Die driehoek blijft staan, met of zonder medicatie.
Eten met weinig eetlust
De misselijkheid en verminderde eetlust zijn het mechanisme, niet een bijwerking die vanzelf verdwijnt. Je maag ledigt trager, je verzadigingssignaal komt eerder en sterker, en sommige geuren of texturen worden onaangenaam. Binnen die beperkingen moet je toch je eiwitbehoefte halen en voldoende micronutriënten binnenkrijgen.
Begin elke maaltijd met eiwit: kwark, Griekse yoghurt, ei, vis, gevogelte of peulvruchten. Eiwit verzadigt en vertraagt de spijsvertering verder, dus na een eiwitrijke eerste hap voel je sneller dat je klaar bent. Daarom eerst het eiwit, dan pas de rest. Vezels uit groente en voldoende vocht helpen tegen obstipatie, een veelvoorkomende klacht. Alcohol raden we af: de vertraagde maaglediging versterkt de effecten en de misselijkheid, en alcohol geeft lege calorieën zonder voedingswaarde.
Veel mensen kiezen voor een smaller eetvenster, met de eerste maaltijd later op de dag. Dat past goed bij de verminderde honger en kan de eiwitconcentratie per maaltijd verhogen. Hoe je dat combineert met training en herstel, staat in de gids over intermittent fasting en training. Een uitgebreid voedingsprotocol voor wie met een GLP-1-middel werkt, vind je in de voedingsgids onder GLP-1.
Verspreid je eiwit. Je lichaam kan per maaltijd maximaal ongeveer 30 tot 40 gram eiwit benutten voor spieropbouw. Meer dan dat wordt wel verteerd en benut voor andere processen, zoals energievoorziening en de aanmaak van enzymen en hormonen, dus je verspilt het niet. Toch is het slimmer om je eiwitinname te spreiden over twee tot vier momenten. Wie 120 gram per dag nodig heeft, eet idealiter vier keer 30 gram of drie keer 40 gram.
Let op de kwaliteit. Dierlijke eiwitbronnen bevatten alle essentiële aminozuren in de juiste verhoudingen en zijn makkelijk verteerbaar. Plantaardige eiwitbronnen zoals bonen, linzen en tofu kunnen ook, mits je ze combineert en voldoende binnenkrigt. Voor wie worstelt met de hoeveelheid, is een whey- of plantaardig eiwitpoeder een praktische aanvulling. Meng het met water of ongezoete amandelmelk, drink het na je training of gebruik het als tussendoortje.
Trainen en presteren onder het middel
Je uithoudingsvermogen verandert zodra je minder brandstof binnenkrijgt. De eerste weken voel je vaak minder energie, zeker bij intensieve cardio of intervaltraining. Dat komt doordat je glycogeenvoorraden lager zijn en je lichaam tijd nodig heeft om efficiënter vet te verbranden. De tragere maaglediging maakt het lastiger om vlak voor of tijdens training te eten zonder ongemak.
Plan je training daarom twee tot drie uur na je laatste maaltijd, of train nuchter en eet daarna. Experimenteer met kleine porties snelle koolhydraten voor een intensieve sessie: een banaan, een handje dadels, een sportdrank. Als je merkt dat een training te zwaar voelt, splits de sessie dan in twee kortere delen of verlaag de intensiteit tijdelijk. Een daling in prestatievermogen is normaal in de eerste maanden en herstelt zodra je lichaamsgewicht stabiel is en je voeding op orde.
Wat je wearable laat zien, kan verwarrend zijn. Je hartslagvariabiliteit stijgt vaak door gewichtsverlies en betere bloedsuikercontrole, je maximale hartslag bij inspanning kan dalen door vermoeidheid. Je ruststofwisseling daalt mee met je lichaamsgewicht. Al die cijfers interpreteer je in samenhang, niet op zichzelf. Hoe je dat doet, beschrijven we in de gids over metabole flexibiliteit.
Krachttraining verdraag je vaak beter dan cardio in deze fase. Het vraagt minder glycogeen, je kunt de rust tussen sets afstemmen op je energie, en je stuurt een helder spierbehoud-signaal. Begin met twee sessies per week, elk drie tot vier oefeningen voor grote spiergroepen: squat, pers, trek, scharnier. Voer op in sets of herhalingen zodra het makkelijk wordt. Zo bouw je kracht op terwijl je gewicht daalt, en dat is het beste signaal dat je op koers zit.
Cardio blijft waardevol voor je conditie, je VO2max en je metabole flexibiliteit. Kies voor lagere intensiteiten in de eerste weken: wandelen, fietsen op een comfortabel tempo, zwemmen. Zodra je energie stabiel is, voeg je intervallen toe: bijvoorbeeld vijf keer een minuut hard, met twee minuten rust. Voor mensen die deelnemen aan duursporten of groepslessen zoals HYROX, vraagt het extra planning om de energie en het herstel rond te krijgen. Bouw intensieve sessies geleidelijk op zodra je lichaam gewend raakt aan de nieuwe situatie.
Je bloedwaarden als stuurinstrument
Bloedwaarden verschuiven onder een GLP-1-middel, soms gunstig en soms vals-positief. Je nuchtere glucose en je HbA1c dalen meestal, wat gunstig is voor je risicoprofiel. Tegelijk kunnen je ferritine en vitamine B12 dalen doordat je minder eet en daarmee minder ijzer en B12 binnenkrijgt. Vooral vrouwen die intensief trainen lopen risico op een lage ijzerstatus, met vermoeidheid en verminderd uithoudingsvermogen als gevolg. Voor de details, lees de gids over ferritine en ijzer bij sporters.
Je creatinine daalt mee met spiermassa. Creatinine is een afbraakproduct van creatine in spierweefsel, dus minder spier betekent een lagere waarde. Artsen interpreteren een dalende creatinine soms als een verbetering van de nierfunctie, terwijl het in werkelijkheid spierverlies signaleert. Bespreek dit met je voorschrijver en vraag om creatinine altijd samen met je eGFR en cystatin C te beoordelen.
Meet bij de start: nuchtere glucose, HbA1c, hs-CRP, ferritine, vitamine B12, vitamine D, foliumzuur, TSH en een volledig bloedbeeld. Herhaal na acht tot twaalf weken en daarna elk kwartaal zolang je het middel gebruikt. Voor een volledig overzicht van welke waarden wanneer en waarom, lees de gids over bloedwaarden volgen onder GLP-1.
Nuchtere glucose en HbA1c geven een beeld van je gemiddelde bloedsuikercontrole. De labgrens voor nuchtere glucose ligt rond 6,1 mmol/L, voor HbA1c rond 42 mmol/mol. Functioneel streven we naar een nuchtere glucose onder 5,0 mmol/L en een HbA1c onder 36 mmol/mol, omdat die waardes samenhangen met lagere ontstekingswaarden en beter herstel. Het middel helpt je die waardes te halen, en dat effect kan enkele maanden aanhouden na stoppen, mits je training en voeding stabiel blijven.
hs-CRP meet laaggradige ontsteking. Gewichtsverlies verlaagt hs-CRP vaak fors, omdat vetweefsel zelf ontstekingsstoffen produceert. Een dalende hs-CRP is een gunstig signaal, mits je conditie en kracht stabiel blijven. Een stijgende hs-CRP tijdens het gebruik kan wijzen op overtraining, infectie, stress of een tekort aan herstel.
Ferritine meet je ijzervoorraad. Dalende ferritine zie je vaak door minder inname van vlees, vis en groene bladgroenten. Suppletie met ijzerbisglycinaat op geleide van je bloedwaarden voorkomt vermoeidheid en verminderde prestaties.
Vitamine D meet je als 25-OH-D. Vitamine D ondersteunt je immuunsysteem, je botgezondheid en je spierfunctie. Suppletie afhankelijk van de uitgangswaarde en de seizoensinvloed houdt je functionele status op niveau.
Stoppen: wat er gebeurt en hoe je het voor bent
De cijfers over terugkomend gewicht zijn helder. In de STEP 1-extensie was een jaar na stoppen ongeveer twee derde van het verloren gewicht terug. In SURMOUNT-4 kwam bij deelnemers die na 36 weken overstapten op placebo ruim de helft terug binnen een jaar. Waarom? Omdat de eetlustremming verdwijnt, de maaglediging normaliseert en de energiebalans weer omdraait.
Training maakt het verschil. In de studie van Lundgren en collega's hield de combinatie van liraglutide en begeleide training het gewichtsverlies het beste vast en verbeterde de lichaamssamenstelling. Alleen training bleef ook stabiel. Alleen medicatie zonder training verloor het resultaat na stoppen. Dat patroon zien we in onze praktijk terug: wie twaalf maanden heeft getraind, voldoende eiwit at en de bloedwaarden op orde hield, houdt het resultaat. Wie dat niet deed, komt terug met meer vet en minder spier dan voor de start.
Wat je vóór het stoppen op orde hebt: een gewoonte van krachttraining twee tot vier keer per week, een eiwitinname van 1,2 tot 1,6 gram per kilo verdeeld over de dag, een stabiele ijzerstatus, een werkend eetpatroon zonder het middel en realistische verwachtingen. Afbouwen of direct stoppen is een besluit dat je neemt met je voorschrijvend arts, op basis van je situatie. Voor een volledig protocol, lees de gids over stoppen zonder gewicht terug.
Begin minstens drie maanden voor het stoppen met de opbouw van gewoontes die zonder het middel werken. Dat betekent: oefen met grotere porties tijdens je maaltijden, zodat je maag went aan meer volume. Train op vaste tijden, zodat beweging een automatisme wordt. Plan je eiwit een dag van tevoren, zodat je niet afhankelijk bent van honger. Volg je gewicht wekelijks in plaats van dagelijks, zodat je schommelingen herkent zonder te panikeren.
Na het stoppen stijgt je eetlust geleidelijk. Dat duurt meestal twee tot zes weken. In die periode zie je vaak een snelle stijging van een tot drie kilo, vooral vocht en glycogeen. Dat is normaal en geen reden om opnieuw te starten. Blijf trainen, blijf je eiwit halen en geef je lichaam tijd om te stabiliseren. Wie na drie maanden meer dan vijf kilo is aangekomen, evalueert met zijn voorschrijver of herstart zinvol is, of dat de leefstijl eerst verder op orde moet.
Valkuilen
De eerste valkuil is te weinig eiwit. Als je eetlust verdwijnt, kies je vaak voor wat lekker en makkelijk is: yoghurt, fruit, crackers. Dat zijn vooral koolhydraten en weinig eiwit. Binnen acht weken zie je het terug in je spierkracht en je herstel na training. Plan je eiwit van tevoren, weeg het af, en eet het eerst.
De tweede valkuil is cardio als enige training. Hardlopen, fietsen en groepslessen voelen vertrouwd en verbranden calorieën, ze bouwen echter geen spier. Zonder krachttraining verlies je vetvrije massa, daalt je basaalmetabolisme en wordt gewichtsbehoud na stoppen veel moeilijker. Voeg twee tot vier krachtsessies per week toe, ook al lijkt dat in het begin zwaar.
De derde valkuil is de weegschaal als enige maat. Je gewicht daalt, dus het werkt, toch? Niet als die daling voor een derde uit spier bestaat. Meet je lichaamssamenstelling met een DXA-scan of een betrouwbare impedantiemeting, en volg je kracht in de gym. Een dalend gewicht bij stijgende kracht is succes. Een dalend gewicht bij dalende kracht is spierverlies.
De vierde valkuil is stoppen zonder plan. Je bereikt je streefgewicht, de arts stopt het recept, en je denkt dat het klaar is. Binnen drie maanden voel je de honger terugkomen, je eetpatroon kantelt en het gewicht stijgt. Begin minstens drie maanden voor het stoppen met de opbouw van een trainingsritme en een eetpatroon dat zonder medicatie werkt.
De vijfde valkuil is klachten negeren die bij de arts horen. Aanhoudende buikpijn, braken, geelzucht of pijn hoog in de buik kunnen wijzen op galstenen of pancreatitis. Dat zijn zeldzame bijwerkingen, ze vragen directe medische aandacht. Bel je voorschrijver, wacht niet af.
De zesde valkuil is het middel als enige interventie. Wie denkt dat de injectie alles oplost, komt bedrogen uit. Je slaap, je stress, je alcoholgebruik, je sociale steun en je dagelijkse beweging buiten de gym bepalen net zoveel van het resultaat als het middel zelf. Wie slecht slaapt en veel stress heeft, verliest meer spier en houdt het gewicht slechter vast, ook onder medicatie.
Wat wij ermee doen
Wij begeleiden het leefstijldeel naast je voorschrijvend arts. Het medische deel, het recept, de dosis en de keuze om te starten of te stoppen, blijft bij de arts. Wij pakken training, voeding, herstel en bloedwaarden in samenhang. Dat doen we via drie ingangen.
De eerste is de baan longevity: een gestructureerd programma met krachttraining, conditietraining, eiwitplanning en bloedwaardenmonitoring voor wie fit wil blijven en gezond wil ouder worden. De tweede is het doel afvallen zonder spierverlies: specifiek voor wie onder een GLP-1-middel wil trainen of wie na stoppen het resultaat wil vasthouden. De derde is de kPNI-blik via orthomoleculaire therapie: gerichte suppletie op basis van bloedwaarden, klachten en trainingsbelasting.
We werken met concrete protocollen: hoeveel eiwit op welk moment, welke trainingsfrequentie bij welke belasting, welke bloedwaarden in welke range en welke suppletie wanneer en in welke vorm. Je leert je lichaam sturen in plaats van te hopen dat het vanzelf goed komt. De meeste mensen starten met een kennismaking van 15 minuten, waarin we je situatie bespreken en het vervolgtraject uitleggen.
In de begeleiding kijken we naar meer dan alleen gewicht en training. We evalueren je slaap via vragenlijsten en wearable-data, we bespreken je werkdruk en sociale steun, we screenen op overtraining en ondertraining. Wie met een GLP-1-middel werkt, heeft vaak een lang traject achter de rug met wisselende resultaten. Dat vraagt ruimte voor frustratie, realistische verwachtingen en een plan dat past bij je leven, niet bij een ideaalplaatje.
Verder lezen
Sporten met een GLP-1-middel: hoe je traint, herstelt en presteert terwijl je het middel gebruikt, inclusief planning rond maaltijden en sessies.
Stoppen zonder gewicht terug: het volledige protocol voor afbouwen, gewoontes opbouwen en het resultaat vasthouden na het laatste shot.
Eiwit en voeding onder GLP-1: hoeveel eiwit, welke bronnen, welke timing en hoe je voldoende binnenkrijgt met weinig eetlust.
Bloedwaarden volgen onder GLP-1: welke markers, welke ranges, hoe vaak en hoe je de uitslagen interpreteert in samenhang met je training.
Samenvatting
Een GLP-1-middel zoals semaglutide of tirzepatide remt je eetlust en helpt je afvallen, gemiddeld 15 tot 20 procent lichaamsgewicht in studies, een aanzienlijk deel daarvan is vetvrije massa als je niet traint.
Spierbehoud vraagt 1,2 tot 1,6 gram eiwit per kilo lichaamsgewicht per dag en krachttraining twee tot vier keer per week; zonder die inzet verlies je kracht, conditie en basaalmetabolisme.
Na stoppen komt het gewicht grotendeels terug, tenzij je hebt getraind: in studies bleef alleen de combinatie van medicatie en training stabiel.
Je bloedwaarden verschuiven: glucose en HbA1c dalen gunstig, ferritine en B12 kunnen dalen door minder inname, creatinine daalt vals-positief mee met spiermassa; meet elk kwartaal.
Valkuilen zijn te weinig eiwit, cardio als enige training, de weegschaal als enige maat, stoppen zonder plan, klachten negeren die bij de arts horen, en het middel als enige interventie.
Wij begeleiden het leefstijldeel naast je voorschrijver: training, voeding, herstel en bloedwaarden in samenhang, zodat je het resultaat vasthoudt.
Veelgestelde vragen
Kan ik sporten met Ozempic of Wegovy?
Ja, je kunt en moet zelfs sporten om spierverlies te voorkomen. Plan je training twee tot drie uur na je laatste maaltijd of train nuchter en eet daarna. De eerste weken voel je minder energie doordat je glycogeenvoorraden lager zijn. Dat herstelt zodra je lichaam efficiënter vet verbrandt. Krachttraining twee tot vier keer per week is prioriteit, aangevuld met cardio naar keuze.
Verlies ik spiermassa onder een GLP-1-middel?
Ja, als je niet traint en te weinig eiwit eet. In de DXA-substudie van STEP 1 bestond een aanzienlijk deel van het verloren gewicht, in de orde van een derde, uit vetvrije massa. Dat voorkom je door te krachttrainen en 1,2 tot 1,6 gram eiwit per kilo lichaamsgewicht per dag te eten, verdeeld over je maaltijden. Wie dat doet, houdt de spier en verliest vooral vet.
Hoeveel eiwit heb ik nodig?
De consensus is 1,2 tot 1,6 gram eiwit per kilo lichaamsgewicht per dag, verdeeld over twee tot vier maaltijden. Voor iemand van 80 kilo is dat 96 tot 128 gram per dag, dus 30 tot 40 gram per maaltijd bij drie maaltijden. Begin elke maaltijd met het eiwit: kwark, Griekse yoghurt, ei, vis, gevogelte of peulvruchten. Dat is de basis voor spierbehoud.
Wat gebeurt er als ik stop met het middel?
De eetlustremming verdwijnt en je maaglediging normaliseert. In studies kwam een jaar na stoppen ongeveer twee derde van het verloren gewicht terug als er niet werd getraind. Wie wél had getraind en bleef trainen, hield het resultaat. Bereid het stoppen drie maanden van tevoren voor met een trainingsritme en eetpatroon dat zonder medicatie werkt. Afbouwen of direct stoppen bespreek je met je voorschrijvend arts.
Welke bloedwaarden laat ik prikken?
Meet bij de start en daarna elk kwartaal: nuchtere glucose, HbA1c, hs-CRP, ferritine, vitamine B12, vitamine D, foliumzuur, TSH en een volledig bloedbeeld. Let op dalende ferritine door minder inname, vooral bij vrouwen die intensief trainen. Creatinine daalt mee met spiermassa en kan een vals-positieve verbetering van de nierfunctie suggereren. Bespreek de uitslagen met je voorschrijver en met ons voor de leefstijlinterpretatie.
Kan ik bij jullie terecht als ik het middel gebruik?
Ja, wij begeleiden het leefstijldeel: training, voeding, herstel en bloedwaarden. Het medische deel blijft bij je voorschrijvend arts. Wij pakken de vragen die de arts vaak niet stelt: hoeveel eiwit op welk moment, welke training bij welke belasting, welke suppletie bij welke bloedwaarden. De meeste mensen starten met een kennismaking van 15 minuten, waarin we je situatie bespreken en het vervolgtraject schetsen.
Bronnen
- Wilding JPH e.a. Once-Weekly Semaglutide in Adults with Overweight or Obesity (STEP 1). New England Journal of Medicine, 2021;384:989-1002. Bekijk de studie
- Jastreboff AM e.a. Tirzepatide Once Weekly for the Treatment of Obesity (SURMOUNT-1). New England Journal of Medicine, 2022;387:205-216. Bekijk de studie
- Wilding JPH e.a. Weight regain and cardiometabolic effects after withdrawal of semaglutide: the STEP 1 trial extension. Diabetes, Obesity and Metabolism, 2022;24:1553-1564. Bekijk de studie
- Aronne LJ e.a. Continued Treatment With Tirzepatide for Maintenance of Weight Reduction in Adults With Obesity (SURMOUNT-4). JAMA, 2024;331:38-48. Bekijk de studie
- Lundgren JR e.a. Healthy Weight Loss Maintenance with Exercise, Liraglutide, or Both Combined. New England Journal of Medicine, 2021;384:1719-1730. Bekijk de studie