De eerste helft voelt goed, het tempo klopt, en dan verandert er iets. Je benen worden zwaar, je hoofd rekent langzamer, je tempo zakt zonder dat je harder ademt. Datzelfde patroon zie je op een lange werkdag waarop je pas om drie uur 's middags voor het eerst zit: de ochtend loopt, de middag hapert, en je schrijft het toe aan slechte concentratie. In beide gevallen gaat het over dezelfde bodem: beschikbare koolhydraten. Je lichaam slaat ongeveer 400 tot 500 gram glycogeen op, en bij hoge intensiteit tikt die voorraad sneller weg dan je denkt. Hoeveel je onderweg aanvult, hangt af van hoe lang je bezig bent en hoe goed je darm eraan gewend is.
Wat je per uur nodig hebt, afhankelijk van de duur
De richtlijnen van Jeukendrup (2014) en de positiestelling van Thomas en collega's (2016) lopen netjes op met de duur van de inspanning. Ze gelden per uur inspanning, ongeacht je lichaamsgewicht, omdat de opnamesnelheid in de darm de beperkende factor is.
Korter dan 45 minuten: niets nodig. Water op dorst is genoeg, je glycogeen dekt dit.
45 tot 75 minuten: kleine hoeveelheden koolhydraten of zelfs alleen een mondspoeling. Een slok sportdrank die je even in je mond houdt, geeft al effect via receptoren in de mond.
1 tot 2,5 uur: 30 tot 60 gram per uur. Dit is het bereik waarin de meeste halve marathons, lange intervalsessies en zware fietsritten vallen.
Langer dan 2,5 uur: tot 90 gram per uur, en boven de 60 gram alleen met een mix van glucose en fructose in een verhouding van ongeveer 2:1.
Merk op dat de sprong naar 90 gram voorwaardelijk is. Wie 90 gram glucose per uur naar binnen werkt zonder fructose erbij, loopt tegen een muur in de dunne darm aan en voelt dat in zijn buik. Hoe deze getallen samenhangen met je eiwit, je vocht en je dagelijkse koolhydraatinname staat uitgewerkt in de complete gids over sportvoeding voor hybride sporters.
Waarom glucose en fructose samen verder komen
Glucose komt je bloed binnen via een transporteiwit in de darmwand dat SGLT1 heet. Dat systeem heeft een maximale doorstroom, en die ligt rond 60 gram per uur. Je kunt meer glucose in je maag stoppen, alleen komt het er niet sneller doorheen. Wat overblijft, blijft in je darm liggen, trekt water aan en geeft je dat klotsende, opgeblazen gevoel.
Fructose gebruikt een andere deur, GLUT5. Die staat naast de eerste en heeft zijn eigen capaciteit. Door glucose en fructose te combineren in ongeveer twee delen glucose op één deel fructose, gebruik je beide routes tegelijk en tilt je het plafond op naar ongeveer 90 gram per uur. Praktisch: als je op de verpakking van een gel of drank alleen maltodextrine of dextrose ziet staan, zit je op één deur. Staat er fructose bij, dan heb je de tweede erbij.
Je kunt meer glucose in je maag stoppen, alleen komt het er niet sneller doorheen.
Voor iedereen die onder de 60 gram per uur blijft, is de mix minder kritisch. Vanaf ongeveer 70 gram per uur wordt het een voorwaarde in plaats van een optie.
Wat een hybride race van 60 tot 100 minuten vraagt
Een hybride race zoals een HYROX duurt voor de meeste deelnemers 60 tot 100 minuten. Dat valt precies in het bereik waarin 30 tot 60 gram per uur zinvol is, met één praktisch probleem: eten tijdens de race is lastig. Je handen zitten aan een sledehamer, een wall ball of een burpee broad jump, je ademhaling zit op je limiet, en de overgangen zijn kort. De brandstof komt daarom vooral uit de dagen en de uren ervoor.
Concreet betekent dat: de dag voor de race koolhydraatrijk eten met minder vezels en vet, zonder extra te stapelen. Voor een inspanning van 60 tot 100 minuten voegt een echte carb load van 10 tot 12 gram per kilo per dag niets toe. Wat wel telt, is de maaltijd één tot vier uur voor de start met 1 tot 4 gram koolhydraten per kilo, arm aan vezels, vet en eiwit. Voor iemand van 70 kilo is 2 gram per kilo drie uur vooraf dus ongeveer 140 gram koolhydraten, bijvoorbeeld witte rijst met een klein beetje mager beleg en wat honing, of pannenkoeken met siroop. Vertrouwde producten, niets nieuws.
Tijdens de race is één gel of een paar slokken sportdrank in de eerste helft realistisch. De plek waar dat lukt, is de roxzone: het moment tussen loop en station waarin je toch al schakelt. Hoe je die overgangen slim indeelt, staat in het stuk over tijd winnen in de roxzone. Neem de gel vroeg, ergens in de eerste 30 tot 40 minuten, zodat hij is opgenomen voordat het echt zwaar wordt. Een gel op minuut 70 werkt vooral nog in je hoofd. Wat een realistische finishtijd voor jou is en dus hoe lang je onderweg bent, kun je afleiden uit de benchmarks voor een goede tijd.
Lange duurtraining en marathon
Zodra je boven de 90 minuten komt, verandert het beeld. Hier is 30 tot 60 gram per uur de basis, en bij races boven de 2,5 uur bouw je op richting 90 gram met de glucose-fructosemix. De truc zit in de verdeling: neem niet één keer per uur een grote hoeveelheid, verdeel per kwartier. Vier keer 15 gram voelt heel anders in je maag dan één keer 60 gram, terwijl de klok hetzelfde zegt.
De keuze tussen drank, gel en vast voedsel hangt af van jouw maag en van het tempo. Sportdrank levert koolhydraten en vocht in één, wat handig is bij warmte en op de fiets. Gels zijn compact en snel, en ze vragen water erbij. Vast voedsel zoals een reep of rijstkoek werkt bij rustiger tempo, waar je maag nog doorbloed is en je kunt kauwen zonder te stikken. Hoe hoger de intensiteit, hoe vloeibaarder je inname wordt.
Er is een tweede kant aan dit verhaal die vaak vergeten wordt: hoe efficiënter je op een gegeven tempo loopt of fietst, hoe minder koolhydraten je per uur verbrandt. Trainen onder je drempel maakt je zuiniger. Daarover gaat het stuk over je lactaatdrempel verbeteren door rustiger te trainen.
Je darm trainen doe je zoals je je benen traint
De darm is aanpasbaar. Jeukendrup (2017) beschrijft dat de tolerantie en de opnamecapaciteit toenemen bij herhaalde koolhydraatinname tijdens training, en dat je die aanpassing binnen ongeveer twee weken ziet als je consequent oefent. De transporteiwitten in de darmwand nemen in aantal toe, de maaglediging versnelt, en het gevoel van vol zitten neemt af.
De regel is simpel: gebruik in je trainingen dezelfde producten en dezelfde hoeveelheden als op de racedag. Oefen dat minstens in de zes tot acht sleuteltrainingen voor je race, op hetzelfde tijdstip en bij hetzelfde tempo als de wedstrijd. Een gel die je op zondagochtend tijdens een rustige duurloop probeert, zegt weinig over dezelfde gel in de vijfde kilometer van een race.
Drie dingen gaan het vaakst mis. Ten eerste een te geconcentreerde drank: je mengt een schepje extra in dezelfde hoeveelheid water en de oplossing wordt te dik om snel de maag te verlaten. Houd de concentratie rond 6 tot 8 procent, dus ongeveer 60 tot 80 gram koolhydraten per liter. Ten tweede te veel fructose zonder glucose ernaast; fructose alleen wordt slecht verdragen in grote hoeveelheden. Ten derde een nieuw product op de racedag, meestal uit de goodiebag. Dat is de duurste gratis gel die je ooit neemt.
Hoe je de laatste dagen voor de race eet zonder dat je buik in de knoop raakt, staat in de laatste week voor je race. Als klachten structureel terugkomen, is er meer aan de hand dan alleen concentratie; lees dan de oorzaken van maagklachten tijdens een race.



