Je bent gestopt met semaglutide of tirzepatide, of je overweegt dat binnenkort. Misschien voelde de bijwerking te zwaar, misschien is je doel bereikt, of wil je arts afbouwen. Wat je ook verwacht: de kans is groot dat het gewicht terugkomt. Dat gebeurt doordat de remming van de eetlust wegvalt terwijl je basis is veranderd. De vraag is hoe je ervoor zorgt dat de winst blijft staan. In deze blog lees je wat de studies laten zien, waarom het gewicht terugkeert en welke drie dingen op orde moeten zijn voordat je stopt.
Wat de studies zeggen over stoppen
In de STEP 1-extensie volgden onderzoekers deelnemers die een jaar lang semaglutide gebruikten en daarna stopten. Een jaar na stoppen was ongeveer twee derde van het verloren gewicht terug (Wilding en collega's, 2022). In SURMOUNT-4 stapten mensen na 36 weken tirzepatide over op een placebo; binnen een jaar was ruim de helft van het gewicht terug (Aronne en collega's, 2024). Dat zijn gemiddelden. Er zitten grote verschillen tussen mensen: sommigen houden hun gewicht vrijwel vast, anderen keren volledig terug naar het vertrekpunt. Het verschil zit in wat er naast de medicatie is gebeurd aan training, voeding en leefstijl. Een uitgebreide toelichting op die samenhang vind je in de complete gids over GLP-1-medicatie en leefstijl.
Waarom het gewicht terugkomt
Zolang je semaglutide of tirzepatide gebruikt, remt het middel je eetlust en vertraagt het de maaglediging. Je voelt je eerder voldaan en kiest vanzelf kleinere porties. Wanneer je stopt, vallen die signalen weg. De honger- en verzadigingssignalen die maanden zijn onderdrukt, komen terug. Vaak voelt dat intens: je hebt meer trek, je denkt vaker aan eten en de portie die eerst genoeg was, voldoet nu niet meer.
Tegelijk is je basaalmetabolisme lager geworden. Wanneer je gewicht verliest, heb je minder weefsel dat energie vraagt. Dat is normaal. Wanneer een aanzienlijk deel van het verloren gewicht uit vetvrije massa bestond, zoals in de DXA-substudie van STEP 1, heb je ook minder spierweefsel dat energie verbrandt. Minder spier betekent een lager energieverbruik in rust. Je lichaam heeft dus minder nodig, terwijl je honger groter is dan voorheen.
Je lichaam heeft minder nodig, terwijl je honger groter is dan voorheen.
Daarnaast zijn gewoontes vaak onveranderd gebleven. Wie tijdens de medicatie geen vast eetraam heeft opgebouwd, geen eiwit per maaltijd heeft geregeld en geen trainingsritme heeft, valt terug op het patroon van voor het voorschrift. Dat patroon is voor veel mensen precies wat leidde tot de gewichtstoename. Wanneer je basale honger en verzadigingssignalen verstoord zijn door jarenlang bewerkt voedsel of onregelmatig eten, wordt het na stoppen nog lastiger. Meer over die wisselwerking lees je in de blog over altijd trek in zoet, bloedsuiker en insuline.
Het verschil dat training maakt
In het onderzoek van Lundgren en collega's (2021) kregen deelnemers met obesitas een intensief gewichtsverliestraject van acht weken. Daarna werden ze verdeeld over vier groepen: placebo, liraglutide (een eerdere GLP-1-receptoragonist), begeleide training of liraglutide plus begeleide training. Een jaar later was het resultaat helder: de combinatiegroep hield het gewichtsverlies het beste vast en verbeterde de lichaamssamenstelling. Ook de groep met alleen training hield het resultaat grotendeels vast. De groep met alleen medicatie en zonder training verloor het gewicht opnieuw na stoppen.
Dat betekent niet dat medicatie zinloos is. Het betekent wel dat de volgorde van je aanpak ertoe doet. Wanneer je alleen rekent op de remming van de eetlust en geen spier opbouwt of behoudt, zit je na stoppen met minder spiermassa, een lager energieverbruik en dezelfde gewoontes als voorheen. Wanneer je tijdens de medicatie wél traint, eet naar je doel en een eetraam opbouwt, heb je na stoppen een fundament waarop je kunt sturen. Hoe je dat combineert, staat beschreven in de blog sporten met GLP-1-medicatie.
Drie dingen die op orde zijn vóór je stopt
Het moment van stoppen is niet het moment om je leefstijl op te bouwen. Dat doe je tijdens de medicatie. Voordat je stopt, controleer je of deze drie zaken staan:
Je spiermassa en kracht. Meet je omtrek, doe een krachtscan of volg je prestaties in de zaal. Wanneer je sterker bent geworden tijdens de medicatie, heb je buffer. Wanneer je zwakker bent of minder omtrek hebt, heb je te weinig prikkels gehad en loop je risico op een snelle terugval na stoppen. Krachttraining twee tot vier keer per week, met progressieve belasting, is de basis. Meer hierover vind je in de blog over afvallen zonder spierverlies.
Je eetritme met eiwit en een vast eetraam. Tijdens de medicatie is het verleidelijk om te eten wanneer je honger hebt, en dat is vaak weinig. Wanneer je stopt, heb je een ritme nodig dat je helpt sturen. Streef naar 1,2 tot 1,6 gram eiwit per kilo lichaamsgewicht per dag, verdeeld over je maaltijden. Wanneer je werkt met een vast eetraam, bijvoorbeeld acht uur per dag, bouw je metabole flexibiliteit op en train je je lichaam om buiten de maaltijden op eigen reserves te draaien. Praktische handvatten staan in de blogs over eiwit en voeding onder GLP-1 en intermittent fasting en training.
Een trainingsgewoonte die al maanden staat. Stoppen met medicatie is niet het moment om te beginnen met sporten. Wanneer je trainingsgewoonte er al is, weet je hoe je lichaam reageert, heb je een ritme in je agenda en voel je het verschil in kracht en herstel. Dat ritme blijft staan wanneer je eetlust terugkomt, en het helpt je om niet terug te vallen op oude patronen.
Stoppen is een besluit met je voorschrijver
Elke keuze over stoppen, afbouwen of timing hoort bij je voorschrijvend arts. Sommige artsen bouwen geleidelijk af, anderen stoppen direct. Sommige mensen krijgen bijwerkingen die vragen om aanpassing, anderen willen stoppen om persoonlijke redenen. Wat de reden ook is, de medische afweging ligt bij de voorschrijver. Wat jij wel zelf regelt, is het leefstijldeel: je training, je voeding, je herstel en de bloedwaarden die volgen op die keuzes. Performance by Design begeleidt dat deel, naast de zorg van je arts.



