Drie dagen na de finish zit je met een keelpijn op de bank en vraag je je af waarom uitgerekend nu. Dezelfde keelpijn kende je al voor je ging hardlopen: na een verhuisweekend, na twee weken met een ziek kind en te weinig slaap, na een projectdeadline waarin je vier nachten om vijf uur wakker lag. Het lichaam reageert op de optelsom van belasting, en een zware trainingsblok of een race is één post in die som. Wie begrijpt hoe die som werkt, kan hem sturen.
Wat er na zware inspanning gebeurt
Het patroon is bekend bij bijna iedereen die serieus traint. De weken naar een wedstrijd toe voel je je scherp, de race zelf gaat goed, en in de dagen erna komt een verkoudheid die maar blijft hangen. Nieman en Wentz (2019) vatten de literatuur zo samen: regelmatige matige inspanning verbetert de immuunfunctie en verlaagt het risico op infecties. Dat is de kant die weinig aandacht krijgt en die het sterkst onderbouwd is. Bewegen maakt je robuuster.
Daarnaast laten dezelfde studies zien dat na zware, lange inspanning een aantal immuunmaten tijdelijk daalt. Het IgA in speeksel, een eerste verdedigingslinie in de slijmvliezen van mond en keel, zakt na een marathon of een zware trainingsweek. Het aantal circulerende immuuncellen in het bloed daalt eveneens voor enkele uren. In cohorten van marathonlopers zijn in de weken na de race meer luchtweginfecties gemeld. Dat is het patroon dat jij herkent van de bank.
Belangrijk detail: die daling volgt niet alleen op een marathon. Een drukke werkweek met vier nachten van vijf uur slaap, twee vliegreizen en een trainingsblok dat gewoon doorloopt geeft je hetzelfde beeld. Het lichaam telt de belasting op zonder onderscheid te maken tussen kilometers en deadlines. Wie daarnaast al langer worstelt met de spijsvertering tijdens en na inspanning, vindt de achtergrond in de complete gids over darmklachten bij sporters.
Het lichaam telt de belasting op zonder onderscheid te maken tussen kilometers en deadlines.
Het open window: wat klopt en wat niet
Jarenlang gold het beeld van het "open window": na zware inspanning zou er drie tot 72 uur een gaatje in de afweer zitten waarin virussen vrij spel hebben. Campbell en Turner (2018) hebben dat beeld flink genuanceerd. De daling van immuuncellen in het bloed is grotendeels een verplaatsing. De cellen verdwijnen niet, ze verlaten de bloedbaan en gaan naar weefsels waar ze nodig zijn: longen, darm, huid, spierweefsel. Een bloedbuisje meet op dat moment het verkeer op de snelweg en concludeert dat de stad leeg is.
Wat er van de theorie overblijft is genuanceerder en bruikbaarder. Het risico om ziek te worden hangt samen met een combinatie van factoren: zware belasting, te weinig slaap, te weinig energie-inname, reizen, mensenmassa's en psychische stress. Een marathon op zichzelf, met goede slaap ervoor en genoeg eten erna, is een andere situatie dan diezelfde marathon na een nachtvlucht, met een startvak vol duizend mensen, twee dagen op reis met slecht eten en een werkweek die al vol stond.
Praktisch betekent dat: je hoeft niet bang te zijn voor hard trainen. Je stuurt op de omstandigheden eromheen. Dat is goed nieuws, want daar heb je invloed op.
De darm als immuunorgaan
Ongeveer 70 procent van het immuunsysteem zit in en rond de darm, in het darmgeassocieerde lymfoïde weefsel. Dat maakt de darm het grootste contactvlak tussen buitenwereld en afweer dat je hebt: een dunne laag cellen die dagelijks kilo's voeding, bacteriën en bacteriële afvalstoffen scheidt van je bloedbaan.
Costa en collega's (2017) beschreven wat er tijdens inspanning met die laag gebeurt onder de naam "exercise-induced gastrointestinal syndrome". Bloed gaat naar spieren en huid, de doorbloeding van de darm kan bij hoge intensiteit met 60 tot 80 procent afnemen. Darmcellen krijgen minder zuurstof, de darmwand wordt tijdelijk doorlaatbaarder, en bacteriële bestanddelen zoals endotoxinen (LPS) komen in kleine hoeveelheden in het bloed. Daar volgt een ontstekingsreactie op. Tegelijk remt het stresssysteem de maaglediging en de darmbeweging, wat de misselijkheid en de volle maag verklaart die veel mensen kennen bij een hard tempo.
Eén zware sessie verwerkt een gezond lichaam prima. De rekening ontstaat wanneer die reactie zich stapelt: vier weken met drie harde sessies per week, weinig slaap, te weinig eten, en steeds opnieuw een darmwand die aan herstel begint zonder het af te maken. Dan houdt het immuunsysteem zich chronisch bezig met opruimen achter de schermen, en blijft er minder over voor het virus dat je in de trein oppikt. Hoe die aanhoudende laaggradige activatie je prestatie afremt, staat uitgewerkt in het stuk over laaggradige ontsteking en sportprestatie.
Herstel van de darmwand vraagt drie dingen die je actief kunt geven: energie, eiwit en slaap. Een hersteldag waarop je te weinig eet is voor de darm geen hersteldag.
De drie factoren die het risico echt bepalen
Als je één ding meeneemt: slaap, energiebeschikbaarheid en totale belasting verklaren samen het grootste deel van het verhaal.
Slaap. Structureel te weinig slapen ondermijnt herstel op elk niveau: hormonaal, immunologisch, in spierweefsel. Wie in een zware blok zeven of acht uur haalt, staat er anders voor dan wie op zes uur blijft hangen omdat de trainingen vroeg beginnen. Zie de gids over slaap, herstel en hormonen voor de praktische kant.
Energiebeschikbaarheid. Te weinig eten voor de hoeveelheid training is de meest onderschatte oorzaak van steeds ziek worden. Het lichaam bezuinigt dan op systemen die niet direct nodig zijn om de sessie te overleven, en afweer en voortplanting staan hoog op die lijst. Bij vrouwen is een cyclus die wegblijft een duidelijk signaal, uitgewerkt in het artikel over uitblijvende menstruatie door sporten. Bij mannen is het signaal stiller: dalende zin, koude handen, slecht slapen, altijd verkouden.
Totale belasting. Tel werk, reizen, zorgtaken en emotionele stress mee bij je trainingsuren. Een blok van tien uur training in een rustige periode is iets anders dan tien uur training in een maand met een verhuizing. Wanneer die optelsom te lang te hoog blijft, gaan de klachten lijken op iets anders; het onderscheid staat beschreven in het stuk over het verschil tussen burn-out en overtraining.
Twee metingen geven je hier vroeg informatie. Je rusthartslag in de ochtend, gemeten op dezelfde manier, kruipt bij oplopende belasting of een naderende infectie een aantal slagen omhoog. Je HRV zakt in diezelfde periode, vaak al een dag of twee voordat je je beroerd voelt. Losse dagen zeggen weinig, de trend over zeven tot veertien dagen zegt veel. Hoe je die trend leest zonder je gek te laten maken door dagruis, staat in de complete gids over HRV.
Beslisregel die goed werkt: rusthartslag meer dan vijf slagen boven je eigen gemiddelde én een HRV onder je normale bandbreedte, twee ochtenden achter elkaar, betekent geen intervalsessie. Rustige duurtraining of een wandeling, en die avond vroeg naar bed.
Wat je bloed laat zien
Bij iemand die om de zes weken ziek is, is bloedwaarden-complete-gids-sporters" class="internal-link">bloedonderzoek zinvol. Vier waarden geven de meeste richting.
Vitamine D: het lab noemt vanaf 50 nmol/L normaal, functioneel houden we 75 tot 120 nmol/L aan. Meten in het late najaar of de winter geeft het eerlijkste beeld. Zie de uitleg over de vitamine D-bloedwaarde.
Ferritine: bij vrouwen begint het lab pas te piepen onder 15 µg/L, functioneel werken we met 50 tot 150. Bij mannen loopt het lab van 30 tot 400, functioneel 30 tot 200. Ontsteking remt via hepcidine de ijzeropname, en darmschade kan ijzerverlies geven, dus deze twee onderwerpen hangen samen. De achtergrond staat in het stuk over ferritine en ijzer bij sporters.
hs-CRP: het lab noemt tot 5 mg/L normaal, functioneel kijken we naar onder 1 mg/L. Een waarde die maandenlang tussen 1 en 3 blijft hangen bij iemand zonder infectie vraagt om uitleg. Zie hs-CRP en laaggradige ontsteking meten.
Zink en B12: ondersteunende waarden die het beeld completeren, vooral bij wie weinig dierlijke producten eet of langdurig darmklachten heeft.
Let op de volgorde: een lage ferritine bij een verhoogde hs-CRP betekent iets anders dan een lage ferritine bij een schoon ontstekingsbeeld. Ferritine stijgt namelijk mee bij ontsteking en kan dan een tekort maskeren. Daarom lees je die twee altijd samen.
Trainen als je ziek bent of wordt
De nekregel is grof en werkt in de praktijk goed. Klachten boven de nek, dus een loopneus, lichte keelpijn, verstopte sinussen zonder koorts: rustige training mag, laag tempo, korter dan normaal, en je stopt als je je tijdens de eerste tien minuten slechter voelt. Klachten onder de nek, dus hoesten vanuit de borst, spierpijn zonder training, benauwdheid, of koorts: rust. Trainen met koorts belast het hart en verlengt de ziekteperiode.
Terugkomen doe je trager dan je wilt. Een bruikbare vuistregel: voor elke dag met koorts neem je één tot twee dagen rustige opbouw voordat je weer intensiteit toevoegt. Eerste sessie rustig duurwerk op praattempo, tweede sessie iets langer, derde sessie een paar korte versnellingen. Reageert je rusthartslag daarop met een sprong omhoog, dan ga je een stap terug.
Klachten die niet in dit plaatje passen horen bij de huisarts. Bloed bij de ontlasting, ongewild gewichtsverlies, klachten die je 's nachts wakker maken, klachten die ook in rust doorgaan, aanhoudende koorts, of klachten die blijven na aanpassing van voeding en training: laat dat beoordelen. Coeliakie, lactose-intolerantie, prikkelbaredarmsyndroom en inflammatoire darmziekten stelt een arts vast.
Wat je in de zware weken anders doet
Slaap eerst. In een zware blok is slaap de eerste variabele die je beschermt, boven de extra ochtendsessie. Zeven tot negen uur, en een vaste opstaantijd.
Energie erbij rond zware sessies. Koolhydraten tijdens lange sessies en een volwaardige maaltijd binnen een paar uur erna. Een dag met een dubbele training vraagt meer eten dan een rustdag, ook als je gewicht wilt sturen.
Eiwit verdeeld over je eetraam. De darmwand vernieuwt zich snel en heeft bouwstof nodig. Verdeel je eiwit over de maaltijden die je hebt in plaats van alles in de avond te proppen.
Vezels en gefermenteerde voeding als basis. De algemene aanbeveling is 30 tot 40 gram vezels per dag en sporters zitten daar vaak onder. In de 24 tot 48 uur voor een race gaan vezels tijdelijk omlaag, daarna weer omhoog.
Hygiëne en mensenmassa's rond een race. Handen wassen, minder handen schudden in de expo-hal, en in de dagen voor en na een groot evenement je blootstelling beperken. Simpel, en het scheelt in de praktijk.
Geen NSAID's rond wedstrijden. Ibuprofen en verwanten vergroten de darmschade tijdens inspanning aantoonbaar.
Probiotica alleen gericht. Het effect is stamspecifiek en dosisafhankelijk, het bewijs is bescheiden, en een algemeen advies om "probiotica te nemen" valt niet te onderbouwen. Kies met een specifieke stam en een specifiek doel, en start dan minstens twee tot vier weken voor een evenement. Zie wat het onderzoek zegt over probiotica en het microbioom bij sporters.
Wat wij ermee doen
Steeds ziek worden is voor ons geen los probleem, het is een uitkomst van de verhouding tussen belasting en herstel. We beginnen daarom met de kalender: hoeveel train je, hoeveel werk je, hoe slaap je, en hoeveel eet je ten opzichte van wat je verbruikt. Daarnaast leggen we de bloedwaarden ernaast, met vitamine D, ferritine en hs-CRP als vaste kern en zink en B12 als aanvulling waar het beeld daarom vraagt.
De volgorde is bijna altijd dezelfde. Eerst energie en slaap op orde, dan de darm rust en bouwstof geven, dan pas gerichte suppletie via orthomoleculaire therapie waar een waarde daar aanleiding toe geeft. Trainingsintensiteit passen we in die periode aan in plaats van door te duwen. Wie dit vanuit een langere horizon bekijkt, vindt de bredere invalshoek onder longevity: een immuunsysteem dat jaar in jaar uit zijn werk doet, is een van de betere voorspellers van hoe je over tien jaar traint.
Pugh en collega's (2018) pleiten ervoor darmklachten bij sporters serieus te nemen als prestatiebeperkende factor. Dat geldt net zo voor de zoveelste verkoudheid die drie trainingsweken kost. Wil je dat patroon doorbreken en weten welke van de drie factoren bij jou de doorslag geeft, plan dan een kennismaking van 15 minuten.
Veelgestelde vragen
Word ik echt vaker ziek van hard trainen?
Regelmatige matige inspanning verlaagt volgens Nieman en Wentz (2019) juist het risico op infecties. Na zware, lange inspanning dalen sommige immuunmaten tijdelijk en zijn in cohorten van marathonlopers meer luchtweginfecties gemeld. Het risico zit vooral in de combinatie van zware belasting met te weinig slaap, te weinig eten, reizen en drukte.
Hoelang duurt het open window na een wedstrijd?
Campbell en Turner (2018) lieten zien dat de daling van immuuncellen in het bloed grotendeels een verplaatsing naar weefsels is en dat de klassieke theorie zachter is dan lang gedacht. Een vast aantal uren of dagen is daarom lastig te noemen. Praktisch houd je de dagen na een zware inspanning je slaap, je eten en je blootstelling aan drukke ruimtes in de gaten.
Daar doen we op basis van de aangeleverde studies geen uitspraak over. Wat wel duidelijk is: vitamine D, ferritine en het ontstekingsbeeld zijn de waarden die bij herhaald ziek worden het vaakst iets verklaren, en slaap en energie-inname wegen zwaarder dan welk supplement dan ook.
Mag ik trainen met een loopneus?
Klachten boven de nek zonder koorts laten rustige training toe, kort en op laag tempo, met de afspraak dat je stopt als je je tijdens de eerste minuten slechter voelt. Bij hoesten vanuit de borst, spierpijn zonder training, benauwdheid of koorts rust je uit. Aanhoudende koorts hoort bij de huisarts.
Wanneer moet ik met darmklachten naar de huisarts?
Bij bloed bij de ontlasting, ongewild gewichtsverlies, klachten die je 's nachts wakker maken, klachten die ook in rust doorgaan, koorts, of klachten die aanhouden nadat je voeding en training hebt aangepast. Diagnoses zoals coeliakie, lactose-intolerantie, prikkelbaredarmsyndroom en inflammatoire darmziekten worden door een arts gesteld.
Bronnen
- Nieman DC, Wentz LM. The compelling link between physical activity and the body's defense system. Journal of Sport and Health Science, 2019;8:201-217. Bekijk de studie
- Campbell JP, Turner JE. Debunking the Myth of Exercise-Induced Immune Suppression: Redefining the Impact of Exercise on Immunological Health Across the Lifespan. Frontiers in Immunology, 2018;9:648. Bekijk de studie
- Costa RJS e.a. Systematic review: exercise-induced gastrointestinal syndrome, implications for health and intestinal disease. Alimentary Pharmacology and Therapeutics, 2017;46:246-265. Bekijk de studie