Het korte antwoord
Op bureaus, in autohouders en in de tas van de hondenuitlater staat tegenwoordig dezelfde fles: water met een bruistablet erin. Elektrolytentabletten zijn zinvol bij inspanning die langer duurt dan ongeveer twee uur, bij hitte, en bij mensen die duidelijk zout zweten. De richtorde is dan 300 tot 600 mg natrium per uur, verdeeld over dat uur in plaats van in één keer. Drinken op dorst blijft daaronder de basis, want de hoeveelheid vocht die je binnenkrijgt bepaalt meer dan het tablet dat erin oplost.
Wat elektrolyten doen en wat je verliest
Natrium is de elektrolyt die je bij inspanning echt kwijtraakt in hoeveelheden die tellen. Het houdt vocht in de bloedbaan, ondersteunt de prikkelgeleiding in zenuw en spier, en stuurt via je dorstgevoel je drinkgedrag. Baker beschreef in 2017 hoe groot de spreiding tussen mensen is: zweet bevat gemiddeld rond 1 gram natrium per liter, met een bereik van 200 tot 2.000 mg per liter. De zweetproductie zelf loopt van 0,5 tot 2 liter per uur, afhankelijk van intensiteit, hitte, luchtvochtigheid, kleding en gewenning.
Reken dat eens door. Iemand met een lage zweetnatriumconcentratie die een uur rustig fietst bij 18 graden, verliest misschien 150 mg natrium. Een zware zweter met zout zweet die anderhalf uur in een warme hal werkt, kan boven de 3 gram uitkomen. Dat is een factor twintig verschil tussen twee mensen die allebei "een training" doen. Daarom is elke algemene uitspraak over elektrolytentabletten onbruikbaar zonder jouw eigen situatie erbij.
Kalium, magnesium en calcium staan wel op het etiket, in praktische zin dragen ze weinig bij. De hoeveelheden in een tablet vallen weg naast wat een normale dag aan voeding levert, en de verliezen via zweet zijn voor die mineralen veel kleiner dan voor natrium. Als je magnesium wil aanvullen doe je dat om andere redenen en op een ander moment, niet via je bidon. Wil je het complete plaatje van vocht, brandstof en eiwit rond training, dan staat dat in de complete gids voor sportvoeding bij hybride sporters; de fysiologie achter zweetverlies en natrium werkten we uit in dit artikel over elektrolyten en vochtbalans.
Voor wie en wanneer
Er zijn drie situaties waarin natriumaanvulling logisch is, en ze overlappen vaak.
Duur: inspanning langer dan ongeveer twee uur. Denk aan een lange duurloop, een fietstocht van een halve dag, een lange wandeltocht met bagage of een dag klussen in de zon.
Hitte: een warme hal, een zomerse middag, een indoor sessie zonder ventilatie. De zweetproductie schuift dan naar de bovenkant van dat bereik van 0,5 tot 2 liter per uur.
Zoute zweters: mensen aan de bovenkant van de spreiding uit Baker 2017.
Dat laatste herken je zonder lab. Witte zoutkorstjes op je slaap, je pet of je donkere shirt na drogen. Zweet dat prikt in je ogen of in een wond. Een duidelijk zilte smaak op je lip. Bijtende ogen tijdens een warme sessie is een van de meest praktische aanwijzingen die er zijn. Wie deze dingen nooit ziet en zich na anderhalf uur nog prima voelt, heeft aan water en een normale maaltijd genoeg.
Een training van een uur in een normale hal valt buiten alle drie de situaties. Wie een uur binnen traint bij normale temperatuur, verliest niets wat de volgende maaltijd niet ruimschoots terugbrengt.
Wie een uur binnen traint bij normale temperatuur, verliest niets wat de volgende maaltijd niet ruimschoots terugbrengt.
Het grensgeval is de hybride race van 60 tot 100 minuten in een warme, drukke hal. De duur zit onder de twee uur, de omstandigheden en de intensiteit duwen de zweetproductie omhoog. Voor een gemiddelde zweter is water op de stations voldoende. Voor een zoute zweter die in eerdere races met bonkende hoofdpijn en een misselijk gevoel finishte, is 300 tot 600 mg natrium per uur een redelijk experiment, mits het van tevoren in training is uitgeprobeerd.
Dosering en timing
De richtorde uit de praktijk en uit de positiestandpunten van Thomas en collega's (2016) is 300 tot 600 mg natrium per uur bij lange of warme inspanning. Verdeel dat over het uur: kleine slokken van een licht gezouten drank verdragen de meeste mensen beter dan één grote hoeveelheid geconcentreerde vloeistof. Je vult niet alles aan wat je verliest, en dat hoeft ook niet; het doel is de daling beperken, niet de balans sluiten.
Een rekenvoorbeeld voor 70 kilo. Je loopt twee en een half uur bij 24 graden, je zweetproductie is ongeveer 1 liter per uur en je zweet is gemiddeld zout, dus rond 1 gram natrium per liter. Je verliest in die sessie ongeveer 2,5 gram natrium. Met 400 mg per uur vul je 1 gram aan, ongeveer 40 procent. De rest herstelt zich via je maaltijden erna, waar zout vanzelf in zit. Dat is genoeg; nauwkeuriger hoeft het niet.
De vorm maakt minder uit dan de hoeveelheid. Een tablet in 500 tot 750 ml water is praktisch en dwingt je meteen om te drinken. Een kant-en-klare sportdrank levert natrium en koolhydraten in één. Voeding kan het ook: een handvol gezouten noten, bouillon, een broodje met beleg na een lange tocht. De spreiding in natriumgehalte tussen producten is groot, dus lees het etiket en zoek naar milligrammen natrium per tablet. Staat er zout in grammen, dan reken je om: keukenzout bestaat voor ongeveer 40 procent uit natrium. Sommige tabletten zijn bewust laag gedoseerd voor dagelijks gebruik en leveren te weinig voor een lange sessie in de hitte; andere zitten ruim in de bovenkant van het bereik.
Bijwerkingen en misverstanden
De meest voorkomende klacht is de maag. Een sterk geconcentreerde drank blijft langer in de maag hangen, geeft een opgeblazen gevoel en kan tijdens hardlopen leiden tot aandrang en klachten onderweg. Los tabletten dus op in de aangegeven hoeveelheid water in plaats van in een halve bidon, en test elke combinatie eerst in training. Wat er verder meespeelt bij darmklachten tijdens een race staat in dit stuk over lopersdiarree en maagklachten.
Dan de claims. "Voorkomt kramp" is de bekendste en de zwakst onderbouwde. Kramp bij inspanning hangt sterker samen met vermoeidheid en met een belasting die hoger is dan waar je op getraind bent dan met een tekort aan mineralen. Elektrolyten kunnen een rol spelen bij wie extreem veel zout verliest, garanderen is een ander verhaal.
"Voorkomt hyponatriëmie" is de riskantste. Het consensusdocument van Hew-Butler en collega's (2015) is daar helder over. Zouttabletten voorkomen geen te laag natrium in het bloed zolang iemand blijft doordrinken; de oorzaak is de overmaat vocht, niet het gebrek aan tabletten.
Zouttabletten voorkomen geen te laag natrium in het bloed zolang iemand blijft doordrinken.
Het derde misverstand is het dagelijkse: elektrolyten bij elke training en bij elke fles op het bureau. Wie normaal eet, krijgt via voeding al ruim natrium binnen. Een tablet op een gewone werkdag verandert daar niets aan behalve de kosten en de gewoonte.



